woensdag 9 september 2020

De groene bubbel

 


Ineens besefte ik me deze week hoezeer ik in een groene bubbel leef. In die bubbel is de voedseltransitie naar biologisch en plantaardig eten logisch. Stadslandbouw een deel van de oplossing. Ons werk in de tuin een prachtvoorbeeld. Dat het werk is, dat er voorlopig nog geen inkomen aan vast zit, dat is logisch en dat mag dit jaar. We sneden zonder morren 10 kilo uien uit de tuin en maakten er honderd koppen uiensoep van om uit te delen bij de buurtpicknick, zodat mensen zien wat we doen en vooral ook hoe lekker het is, soep uit Noord.

Toen sprak ik iemand van de gemeente die niet in die groene bubbel zit. Voor haar is het heel anders. Ons 'project' is een buurtproject en het is wel erg jammer dat de groente zo duur is voor buurtbewoners met een laag inkomen. Dat ik vanwege de tuin zelf helemaal geen inkomen heb, dat telt niet.

Vervolgens raakten we in gesprek over dat dilemma. Het kan toch niet waar zijn dat lokale groenteteelt gratis, of bijna gratis weggeven moet worden door mensen die zelf zo hard werken om die groente te telen? Een horecaondernemer van een tijdelijk initiatief moet toch ook kunnen leven van de omzet? "Ja," zei ze, "maar dat is een ondernemer, dat is heel anders." Paf! Om je oren. Een groen initiatief is voor de gemeente per definitie een vrijwilligersproject waar niet aan verdiend mag worden. Lekker buiten bezig. Als je daar vijf dagen van de week voor werkt, is dat je eigen keus.

Een ander wereldbeeld, maar eigenlijk mag ik niet mopperen, want drie jaar geleden kende ik mijn eigen groene bubbel ook nog niet. Dat groenteteelt echt een vak is, dat het iets anders is dan een beetje aanklooien in je achtertuin, dat vermoedde ik wel, maar ik had intussen een somber beeld van kromgebogen oude mannetjes in vieze broeken die langs het spoor in een moestuin scharrelen. Dat stadslandbouw ook over eten op je bord gaat, dat kon ik niet vermoeden.

Een professionele tuinder, een echte ondernemer volgens deze visie, zit niet in de stad, die heeft 200 hectare tomatenteelt onder glas. Een monocultuur die inmiddels leidt tot virusziekte. Ziektess die voor de tomaten vele malen besmettelijker, dodelijker en onuitroeibaarder zijn, dan Covid voor ons, maar daar hoor je  alleen maar over als je er meer van weet. In de supermarktschappen vind je alleen de gelukte tomaten.

Stadslandbouw bestaat ook helemaal niet in bestemmingsplannen. Er is geen apart kleurtje groen voor op de kaarten van de stedelijke diensten, Stadslandbouwers zijn geen ondernemers, maar liefhebbers die hun eigen boontjes telen, doppen en opeten. Tijdelijk, op een oud parkeerterrein, voor een jaar. Dat er inmiddels in Amsterdam wel degelijk allerlei stadslandbouwers zijn, dat ontgaat de meeste mensen. Ja, als er horeca bij is, dan is het echt.

Oh ironie. Want als corona ons één ding leerde is het hoe blij we moesten zijn dat we voor deze zomer niet hadden geinvesteerd in horeca. Ten eerste hadden we daar totaal geen tijd voor gehad en de horecaondernemer die naast Soep uit Noord in een kas wilde ondernemen heeft zich teruggetrokken en likt inmiddels zijn wonden.

Blijft het dilemma. Want inmiddels zitten wij in die groene bubbel, maar hebben de mensen van buiten de bubbel nodig om ons te laten bestaan als ondernemer. Om die lokale en biologisch geteelde groente op je bord mogelijk te maken. Misschien stug volhouden en genieten van de buitengewoon biologische bieten. Of van de onwaarschijnlijk goed gelukte okra's. Of van het lekker buiten bezig zijn. Het duurde bij mij drie jaar. Gemeente, neem de tijd. De tijd die nodig is om de bubbel te zien en te waarderen. Maar wacht alsjeblieft ook weer niet té lang, we willen zo graag verder.



maandag 31 augustus 2020

Met de uien naar bed

 

Toen buurman en buurvrouw bedachten om soepgroente te telen, ongeveer twee jaar geleden, zeiden we tegen elkaar: 'Uien telen we niet, die kopen we wel ergens goedkoop en biologisch in bij een akkerbouwer." We dachten: uien telen is zoiets sufs, die uiennetjes in de supermarkt zijn zo goedkoop, daar gaan we onze grond niet aan verspillen.

Maar het liep anders, héél anders, Daarom een lofzang op de ui. We dahten: 'Uien zijn kennelijk heel makkelijk, anders zouden ze veel duurder zijn.' Dus we planten ze vast op het veld, eigenlijk: tussen het kweekgras in het zand. We gaven water met zout water uit het kanaal. De maaier kwam langs en maaide gras en uien. ER was een hittegolf. Zó makkelijk bleken ze nou ook weer niet te zijn. Het werd niks, ons eerste uienjaar.

Het tweede jaar begon, we bewerkten en verrijkten de grond, mar helaas: precies waar we onze uienbedden gepland hadden spoelde de regen in de natte wintermaanden alles weg. "Uien kunnen daar wel tegen, " zeiden buurman en buurvrouw tegen elkaar en kwakten er met de hand nog wat vinassekali op, goed voor de wortelontwikkeling, want uien zijn eigenlijk wortelen, maar dan bol. Of zijn het nou stengels?

In elk geval: nu deden ze het wel: drie bedden dicht op elkaar geplant voor de bosuien vroeg in het jaar en drie bedden meer uit elkaar voor de echte dikke soepuien later in het jaar. Dan nog rijen ui langs de wortelen om de wortelvlieg weg te jagen en nog buiten langs het hek omdat we over hadden. En toen hadden we nog over. En maar wieden, want op die verbeterde grond deed van alles het goed.

Met verschillende helpende handen hebben we uiengesprekken gevoerd, over het wezen van de ui, over het planten, de groei, de smaak, het oogsten, het schoonmaken. We hebben uien prachtig schoongemaakt, wit met knalgroene stengels. Er waren bedjes die beter waren en bedjes die het minder deden. Waarom?

Nu hebben we zes kisten uien geoogst en die oogst ligt in de tuin van buurvrouw te drogen op een bed - een echt mensenbed - onder een zeiltje. Dat zijn echt heel andere uien dan die waardeloze uien uit een netje, zoveel liefde en aandacht zit erin.  Alleen die uien buiten het hek, dat werd alweer niks. Ze staan er nog wel, maar piep en piepklein. Leuk voor als je amsterdamse uitjes wil maken, van die kleine. Wie ze vindt, mag ze meenemen.

De grote gaan zondag in de uiensoep. We gaan tien kilo schillen en snijden en bakken en dan soep koken. Want zondag a.s. 6 september is het zomerhaven, dus we tracteren. Voor iedereen die altijd al komt en voor iedereen die nog nooit geweest is, maar alleen voor buren vanwege Corona. Daarom kan je googelen wat je wil, je zult het niet vinden, jij weet het nu, vanaf 15.00 zijn we er. Inplaast van eieren zoeken mag je uien zoeken langs het hek. En als je per ongeluk langskomt terwijl je geen buurman of buurvrouw bent en er is nog een kommetje soep over, dan mag dat ook, we zijn de lulligste niet.







zaterdag 22 augustus 2020

Tuinieren is werken in de zorg


Werken in de groente is werken in de zorg, leerden we van onze mentor op de Warmonderhof, Bart Willems. Maar ook dat je je niet al te druk moet maken over alle plagen en ziektes die de groenten kunnen belagen. Gewoon uithuilen, op de composthoop en opnieuw beginnen.

Er zijn er natuurlijk wel een paar die je ècht niet wil hebben. Je wil geen invasie van naaktslakken,  geen rupsen van de koolwitjes in je koolbladeren, geen vogels die het zaad opeten nog voordat het ontkiemd is. 

Tomaat is ook zo'n zorgenkindje. Grote telers telen die niet voor niets in kassen, die tegenwoordig ook nog eens méér dan coronaproof worden gedesinfecteerd, omdat er al een tijd een onuitroeibaar virus rondwaart dat voor heel veel schade zorgt. "Ga dus ook nooit in je tuin werken nadat je een tomaat uit de supermarkt in handen hebt gehad, dikke kans dat het virus erop zit en dat het via jouw handen overspringt," kregen we mee als tip van een tomatenteler.

Tomaten komen uit de Andes in Zuid-Amerika en kunnen best wat koelte hebben (23 graden is ideaal), graag veel vocht in de bodem en flink wat zon tijdens het rijpen, maar liever niet van dat vochtige Hollandse weer, dan is er een schimmeltje dat zich meester maakt van je buitentomaten: phytophtera.

Toch hebben we die staan. Twee soorten sterke struiktomaten voor in de tomatensoep en de Ribolitta. De ene heeft de beloftevolle naam 'Sberische struiktomaat', die ziet er megasterk uit. De andere is een 'varentomaat' en daar zijn tijdens de hittegolf (eigenlijk te warm, maar perfect qua droogte en licht) bizar veel rijpe tomaten aan gekomen. Nu de regen dreigde kocht buurman tomatenzakken, een doorzichtige plastic zak met grote gaten erin, om de tomaten tijdens regen af te dekken. 

Tja, dat werkte dus niet. Onze houtsnippermulch onder de tomaten is zo lekker vochtig, dat het binnen de zakken vochtiger was dan erbuiten, waar de wind altijd vrolijk over de tuin waait. Natuurlijk is buurvrouw eigenwijs en wil ze het graag nog eens proberen, als de grond en de planten goed droog zijn, maar waarschijnlijk ligt het ook aan het feit dat struiktomaten echt hun naam eer aan doen en laag bij de gronds groeien. De pissebedden hebben dat ook ontdekt.

De tomaten in onze minikas hebben daar allemaal geen last van. Die staan er prachtig bij. We zijn verliefd op de hartjestomaten, een snoeptomaatje dat zijn naam eer aan doet. Omdat onze kas niet hoger mag zijn dan 1 meter van de gemeente, mogen de tomaten van ons alle kanten op groeien, er wordt niet al teveel gediefd. Dat levert vast iets minder tomaten op, maar zoals het nu is zijn dat er al mega veel.

Af en toe ligt er buiten een tomaat aangevreten onder een struik, vogels? pissebedden? Die gaan dus op de composthoop. De allerlelijkste tomaten gooien buurman en buurvrouw zelf door de pastasaus. De hartjestomaat krijgen soms de helpende handen en de gasten op de tuin, als we ze willen verrassen met wat we voor elkaar hebben gekregen. "Proef maar eens."  Natuurlijk moeten buurman en buurvrouw geregeld ook zelf even proeven. Weet wat je teelt. We prijzen ons gelukkig dat we totnogtoe phytophteravrij en zonder virus de zomer doorkomen. Een zorg minder.


woensdag 12 augustus 2020

Wie heeft de sleutel in handen?


In een klassiek kinderboek, 'De geheime tuin' vinden twee kinderen de sleutel van de gesloten tuindeur door achter het roodborstje aan te lopen.

Vaak gehoord de laatste tijd, als we het hebben over de voedseltransitrie, waar wij met 'Soep uit Noord' een klein kiezelsteentje aan bij hopen te dragen: "De consument heeft de sleutel in handen." Wat ons eten betreft zit daar zeker veel waars in. Toch leert de tuin ons een ander verhaal, je moet de sleutel eerst vinden. Het is net als verhaal van het roodborstje, dat tevergeefs zit te fluiten op de plek waar de sleutel al jaren begraven is.

Ja, consumenten vinden de sleutel zodra de supermarkt gezien wordt als onaangename en zelfs gevaarlijke plek, gaan veel mensen elders en soms verantwoorder inkopen. Wie is dan het roodborstje? Het virus

Ja, als biologisch goedkoper zou zijn dan niet biologisch, en als er vleestax zou zitten op vlees. Wie heeft die sleutel in handen? De regering, die dat dan wel moeten durven uitleggen aan hun stemmers.

Ja, als Nederlanders een andere eetcultuur zouden hebben, waarin goedkoop en gemakkelijk niet bovenaan lekker, gezond en goed voor de wereld zouden staan. En stadsmensen zijn de sleutel vaker kwijt dan plattelandsmensen. Roodborstjes zijn daar zeldzaam.

Ja, als supermarkten en hun marketeers de coronawinst die ze gemaakt hebben, zouden willen investeren in de transitie, omdat ze er echt in gaan geloven en ze hun aandeelhouders durven uit te leggen dat het echt beter is zo. Maar waarschijnlijk houden ze die sleutel lekker zelf.

Ja, als de boeren die paar cent extra per kilo krijgen als die kilo's bijdragen aan beter voedsel voor iedereen. Als iemand dat durft te betalen. Maar de werkelijkheid is dat mensen niet begrijpen dat wij onze groente niet gratis weggeven.

Kortom, het is een systeem. En in een systeem heeft nooit één iemand de sleutel die alles op kan lossen. Soms is de sleutel in handen van partijen waar je zelf nooit aan zou denken, zoals Staatsbosbeheer, zie https://www.duurzaambedrijfsleven.nl/agri-food/33931/duurzame-landbouw-staatsbosbeheer

Die kleine voorhoede van stadsconsumenten die al een sleutel om hun nek hebben hangen haalt bij ons de soepzak, sommigen van hen meer omdat wij het zijn, dan vanwege de groenten, maar dat is ook helemaal prima.

Wij hebben zelf ook een piepklein sleuteltje in handen, doordat we mensen dingen laten eten die ze anders nooit eten, hen en onszelf leren dat bouillonblokjes in de soep niet nodig zijn als je olie, zout en kruiden hebt, hen meenemen in ons tuinavontuur en laten zien dat de meeste verse groente in de supermarkt eigenlijk een transitie tegenhouden, doordat juist de consumenten onmogelijke wezens zijn, die kiezen voor uiterlijk. Doordat buurvrouw en drie helpende handen de getopte basilicum mee naar huis nemen die anders zou worden weggegooid en daar verrukkelijke pesto van maken.

Meestal is buurvrouw juist degene die de sleutels kwijt is in het echte leven, net zoals veel van de mensen in bovenstaande voorbeelden de metaforische sleutel kwijt zijn. Dat is erg onhandig, frustrerend zelfs, je kunt je huis niet in, ook niet via een achterdeurtje en ook de tuin niet. Engeland is gelsoten. Over de metaforische sleutel hebben buurman en buurvrouw allebei ook jaren gedaan. Inmiddels drinken ze havermelk in de koffie en kopen ze zelf het eten dat niet uit de tuin komt bewust, duur en duurzaam in. behalve drop en stroopwafels, er moet iets te zondigen overblijven.

Komt de schilder langs bij buurvrouw thuis om het houtwerk te schilderen. Iets te dikke zoon hoeft geen koffie. Water ook niet, het is 30 graden in de schaduw. Wat wel? Een anderhalve literfles cola. 
De sleutel is gebroken en er is geen ene Timmerman, die de sleutel maken kan. Of toch?  Misschien kan Timmermans het wel, als hij mag en durft.    

Of we zoeken allemaal een eigen achterdeurtje, de sleutel van de tuinpoort ligt altijd wel ergens, je moet alleen even opletten waar het roodborstje zit...

zondag 2 augustus 2020

De strijd tegen de terrorduiven en andere meeëters

Wie groente teelt in de stad zal te maken krijgen met meeëters. In het geval van Soep uit Noord begon dat met de terrorduiven. Eigenlijk gewoon duiven, maar omdat ze alles wat enigszins naar kool smaakt kaal vreten, waren buurman en buurvrouw totaal niet blij met ze. Het duurde maar een week, toen hadden ze de nieuwe aanplant ontdekt. Drie plantjes kaal gegeten, dus buurman wilde al klaar zitten achter het raam met een luchtbuks. Morgen maar eens netten over de kool, dachten we. De volgende ochtend waren nog twintig planten kaal gegeten. Toen hadden ze de erwten al ontdekt en vraten ze de hele erwtenplantage kaal, peulen, stelen, blad en al. Buurmans wens om te schieten groeide. We droomden zelfs van duivenpastei, ookal zijn we vooral plantaardig, qua eetpatroon.

Daarna kwamen de roeken, die er lol in hadden de andijvieaanplant eruit te rukken. We hadden plantjes uitgeplant en de persblokjes waarin ze waren opgekweekt lagen e;lke dag los in het bed. Van de plantjes bleven ze af, ze waren kennelijk aan het spelen, of de blokjes trekken wormen of andere insecten aan. Tegen de terroroeken spanden we ook gaas over de andijvie, maar nu zette buurman nog een middel in: Terrorhawk, een vlieger in de vorm van een roofvogel. Het lijkt te werken, de roeken die vaste gast in de tuin waren zien we nu veel minder vaak en de andijvie tiert welig.

Ook viel er af en toe een knolvenkel om, de steeltjes leken half doorgeknaagd, of de wind (open veld) blies de slappe kasplantjes om, of een worm? We weten het nog steeds niet, feit is dat het een kwart van de venkels kostte. Buurvrouw las iets over een speciaal wormpje, die misschien vanuit de kwekerij die de plantjes had geleverd was meegekomen. Buurman dacht aan muizen of ratten.
Sowieso wisten we al wel dat er allerlei ondergronds of onzichtbaar kleine belagers graag mee eten van groenteplanten, elke soort heeft zijn eigen vijanden: aaltjes, luizen, rupsen, kevers, larven, je kan het zo gek niet bedenken of ze komen van heinde en verre als je hun favoriete groente plant.

Dan de slakken. Tot onze vreugde leek het erg mee te vallen, maar naarmate de tuin groener en natter werd, glibberden ze toch naar binnen. Omdat buurman en buurvrouw in eigen achtertuin heel veel met slakken, vooral naaktslakken, te maken hebben hadden we vantevoren al goed over deze meeëter nagedacht. Wat helpt zijn volgens ons drie dingen: droge grond, dus vandaar dat we niet mulchen en paadjes maakten van houtsnipper. Slakken houden ervan om over natte glibberige grond te kruipen. Dan is er één biologische middeltjes oplossing, 'Escargo' dat ferrifosfaat bevat. Pas als bestrijding 1 niet werkt en minder goed, maar sneller dan oplossing 3: aaltjes. Daartoe moet je eerst dode slakken in water laten wegrotten, daarmee kweek je aaltjes die levende slakken ook aantasten. Allemaal, behalve 1, niet prettig voor de slakken.

Alle andere ideeën die we op internet hebben zien langs komen kennen we uit eigen ervaring en zijn minder optimaal: slakkenvallen lokken slakken it een veel te wijde omtrek aan, dat wil je juist niet. Koperen band om je planten is veel te duur voor een tuinderij. Koffiedik: zie droge grond. We zien nu af en toe wel slakken, het droge voorjaar hield ze weg, nu het natter is komen ze opzetten. Maar we zijn nog niet overgegeaan tot methode drie, domweg omdat het nog niet nodig is.

Buurvrouw was deze week alleen in de tuin en ineens viel het op dat er koolwitjes rondfladderden. Gezellig, die witte vlindertjes, maar we willen niet dat ze een familie van rupsen op de kool gaan achterlaten. Dan toch maar vogelgaas eraf en insectengaas erop?

Gelukkig trekken we ook veel lieveheersbeestjes en bijen aan, laat die maar lekker meeëten. De eersten eten luis, de tweede bloemennectar. Prima. Dat is de beste manier van bestrijden, de vijanden uitnodigen in de tuin en hopen dat ze samen tot een evenwicht komen.

Menselijke meeëters zijn er gelukkig nog maar sporadisch geweest, die zijn wel meteen het grootst, dus de schade kan heftig zijn. Dan komt die buks van buurman....
Gelukkig is het een imaginaire buks.

maandag 27 juli 2020

Groente gaat niet op vakantie


Net als alles in de stad stil komt te vallen, ook in Coronatijd gaan mensen toch op vakantie, blijft de tuinder thuis. Groente gaat niet met vakantie, sterker nog: in de vakantie spuit de groente de grond uit, dus de tuinder kán ook niet met vakantie. Gelukkig valt er ook enorm veel te genieten en al helemaal deze zomer, met die fijne afwisseling van zon en regen. En het is ook wel heel erg mooi, al die rode pruiken van de Lolla Rosso sla, als die stevige komkommers en courgettes, de tweede zaai van de worteltjes die nu toch opkomen, de bonentipi vol met hangende snijbonen en de uien die strijken. Daar kan een schilderij in een ver museum eigenlijk niet tegenop.

Het mooist is het, als de groente niet overwoekerd wordt door onkruid, dat altijd nèt iets beter en harder groeit, daarom kan de tuinder ook niet weg. Elke dag een nieuwe verrassing op de tuin, zoals het moment dat de uien gingen strijken.

Toegegeven, we hadden daar als nieuwe tuinder ook nog nooit van gehoord, van dat strijken. Maar wie uien teelt zal het meteen herkennen. Op een gegeven moment is het uienloof 'klaar' en gaat plat op de grond liggen. Dat lijkt net alsof er een storm overheen is gegaan, of een vandaal. Maar het is gewoon de zomer, op een gegeven moment is het zover. Dan valt het trotse loof zomaar om, en begint de ui te rijpen en het loof te drogen. dan is het over met de verkoop van stengelui. Pas als het driekwart droog is, oogst je het. Vlechten, gaan we er dan van maken.

Buurman en buurvrouw staan zelf ook een beetje versteld van hoe alles het doet. Ons eerste uienexperiment in het gras vorig jaar op dezelfde plek was een totale flop. Afgelopen winter was dit nog bouwzand met kweekgras en kijk nou toch eens. Dus soms lopen of staan we alleen maar te kijken. Naar de bloeiende koriander - net kant. Naar de savooie kolen, die eruitzien alsof er heel binnenkort babietjes uit gaan komen. Naar de dikke ronde knolvenkels en naar de strijkende uien, sommige zijn al tien centimeter dik. Buurvrouw voelt iets borrelen, buurman zucht. 'Mooi, hè.'

Groente gaat niet op vakantie, maar het leven in de groentetuin is een soort vakantie, een fysieke, buiten in-weer-en-wind vakantie. Zoiets als survivalen. Zeker als je er ook nog eens een heel erg buitenlandse soep van weet te maken met zelf gekweekt korianderzaad. Mjammie, Sri-Lankasoep.

PS: één tuinder is genoeg, als je maar 1000 m2 hebt. Dus om en om zijn buurman en buurvrouw deze zomer ook nog even weg van de tuin. Dan is het thuiskomen feest - met nieuwe ogen ziet het er allemaal helemaal geweldig uit.

zondag 5 juli 2020

We zullen doorgaan!


Lege bedden in de tuin, wat doen we ermee? We hebben nu zeven  keer groenten en kruiden geoogst. Voor spinaziesoep, erwtensoep, wilde plantensoep en bietensoep. Er zijn dus gaten aan het ontstaan. Vraag is: wat doen we, want alle andere groenten en kruiden staan netjes geplant. Dat heb je met groente: het is éénjarig en in een eenjarige pop-up tuin als de onze is de plant na de oogst ook echt weg.

In ons eigen prachtige teeltplan hadden we wel 'nateelt' na de spinazie, namelijk de prei voor de allerlaatste soep. De wilde soep was met recht wild: veel van de planten waren onkruid, de rest vaste planten of planten die na de oogst teruggroeien en waar je van kan blijven oogsten zoals rucola en snijbiet, dus dat leverde nog geen gaten op. Maar na de erwten en bietjes hadden we niets. We hebben nog wel een zak spinaziezaad liggen, die wilden we liever pas zaaien aan het eind van de zomer. Om schieten te voorkomen.

Tjee... die lege plekken schreeuwen erom, om gevuld te worden. We hebben deze plek maar één jaar, dus we willen eruit halen wat erin zit. Er zijn nog wel wat vergeten wintergroentes die je nu nog kunt zaaien, maar in de winter moeten we al weg. Groenbemester kan, maar daar is het ook een beetje vroeg voor. Bloemen, of is het daar alweer te laat voor? Gek, dat deze gedachten niet eerder zijn opgekomen. Zo groot was onze zorg of het uberhaupt ging lukken. Toen buurvrouw bij Jongerius was, waar al het plantgoed vandaan komt, heeft ze gauw nog wat andijvie en broccoli gehaald. En sla. Intussen zorgt de tuin zelf ook voor nateelt, het onkruid tiert welig en trekt daarmee ook de eerste dikke slakken aan. Mulchen durven we daarom niet.

Gelukkig is onze tuin tijdelijk, dachten we, want nu planten we echt alles door elkaar, zonder rekening te houden met wat er volgend jaar op dezelfde plek komt, want dan is het mogelijk weer een parkeerterrein. Dachten we. De gele rolklaver laten we maar, die bindt tenminste stikstof en dat ie misschien ook aaltjes aantrekt is dan maar jammer, dachten we.

Nu weten we beter. Er is een kans, een grote kans zelfs, dat we op deze plek door mogen gaan met een tuin. Komende week horen we daar meer over, want doorgaan betekent helaas ook opnieuw vergunningengedoe en dat duurde vorige keer een heel jaar. Maar we zullen doorgaan!

We gingen al wel een klein beetje door, want buurman en buurvrouw wilden als team sowieso door en waren alweer druk op zoek naar een nieuwe plek. Een plek waar we wel een inkomen kunnen verdienen, dus minstens drie keer zo groot. We hadden ook een plan voor die plek, daar kunnen we dus nu al mee beginnen. Misschien. Dan is het ineens wèl van belang om het wortelonkruid echt goed te verwijderen. Dan is groenbemester ineens wèl heel erg belangrijk. Dan moeten we goed bijhouden wat we waar planten, met de nateelt, Dan moet die lik verf toch maar wel over de zijkant van de opbergkisten. En het waardeloze gereedschap moet vervangen door goed gereedschap. Dus wèl een pootstok voor de prei inplaats van die afgebroken steel van de schep.

Ja, een tuinschool voor volwassenen. Voor al die mensen die na de schooltuin nog steeds dat verlangen voelen om zelf te telen, maar toch niet zo goed weten hoe het moet. Een soort groentenclub, met teams die hun best doen de mooiste en beste oogst van hun bedden te halen en wij zijn dan de coach en de materiaalcommissie in één. Oh vergunningen, have mercy. Laat ons onze dromen waar mogen maken in 2021. Dan vechten we nu nog even door tegen roeken, duiven, slakken en rietstengels en zullen we héél goed voor deze grond zorgen, zodat volgend jaar alles eruit spuit.

En als we dan toch dromen, dromen we er ook meteen een clubhuis bij, met wc.
Doe je mee? Inschrijven kan vanaf nu. Meer informatie over clubgeld en tijden na de vakanties.