zondag 25 oktober 2020

Geslaagd voor ons eigen examen?


Een tijdelijke tuinderij voor een jaar bovenop de metrobuis van de Noord-Zuidlijn, dat gingen we doen. Het zou ons derde leerjaar van de opleiding Stadslandbouw worden. Niet dat de opleiding Stadslandbouw aan de Warmonderhof een derde leerjaar heeft, maar wij vonden zelf dat wij het nodig hadden. Zelf een eigen tuinderij opzetten. Een bouwterrein ontginnen en dan kijken wat er groeien wil op dat dichtgereden zand. En dan zien hoe de omgeving, vooral de mensen omgaan met zo'n tuin.

We stelden een plan op, kregen land en geld van de gemeente om de boel in te richten, dat inrichten wilden we per se zelf doen, het geld mochten we uitgeven aan spullen. Fijn, dat we die zomaar kregen: een waterput, hekwerken, opbergkisten een zaaimachine, vogelnetten, we hebben het allemaal kunnen kopen. Omdat het maar voor een jaar was, begreep iedereen dat we dat niet zelf gingen betalen. Dus wilden we niet alleen onszelf laten zien dat we het konden, we wilden ook laten zien wat een geweldige plek dit is en wat hier allemaal kan. Dat het geld niet verkwanseld is.

Wat wilden we eigenlijk te weten komen dit jaar? Helaas hebben we nooit echt onze eigen leerdoelen opgeschreven. Gewoon, of het 'werkt', stadslandbouw in het echt. Deze week was het de laatste oogst- en verkoopdag van het seizoen en hebben we onszelf ons eigen diploma gegeven met een biertje en een oliebol van onze respectievelijke partners, omdat die ook trots op ons waren, terwijl we zaten na te genieten in de gemeentelijke kruiwagens. We vonden dat we het echt goed gedaan hebben. We kunnen dit. Om allerlei redenen werkte het. 

Om de helpende handen, die nu al een beetje droevig zijn dat we hen volgend jaar niet meer zo nodig hebben, dus hebben we ze beloofd dat er heus nog wel eens wat te wieden valt. Desnoods zaaien we wat kweek, zo hier en daar.

Om Noek van vier, die zo heerlijk samen met super geduldige helpende hand Mathijs een bed aardappels hielp oogsten

Om Noor, die eigenlijk nooit tijd had om een zak soepgroente op te halen, en dan ineens 's avonds toch in je voortuin stond, of per ongeluk in die van de buren,

Om de broccoli, die het gewoon fantastisch deed en de worteltjes, die alle kanten op groeiden, maar niet recht naar beneden.

Om tuinieren in tijden van Corona, wat volgens ons heel erg heeft meegeholpen om de tuin heel te houden en de mensen betrokken.

Om die ene mevrouw uit de buurt die 22 weken niet kwam, omdat ze het allemaal veel te duur vond en haar man niet van soep hield  toen ineens, toen kwam ze toch voor de prei. Twee weken achter elkaar.

Om die andere, die zó blij was met de tuin dat ze op de laatste dag een potje nog warme vijgenjam kwam brengen.

Om Lise, onze redder in de nood, die in tijden van overvloed onze groente voor ons verkocht bij haar kaaskraam op de vd Pekmarkt, zodat er geen sprake was van voedselverspilling

Om de kruidenbosjes, die een bouillonblokje echt overbodig maken, die stonden namelijk eerst op onze begroting, 30 per week, maar dat mocht niet, dus zijn we gaan uitzoeken hoe je soep maakt zonder. Het kan, makkelijk zelfs: wat prei, wortel, ui, sellerie en een kruidenbosje. Vooral tijm, maar ook lavas, dragon, laurier...

Om de regen en de partytent en om Willen en Abdul met wie we na de zoveelste verzopen dag in één dag een pergola bouwden zodat we nu tenminste een droge plek hebben, ookal moeten we nog wachten op de vergunning die ervoor is aangevraagd. 

Omdat we betere telers zijn dan boekhouders, beter zijn in pepertjes dan in de verkoop en toch kwamen ze deze weken ineens tevoorschijn, de spontane klanten. Toch hebben we bijna genoeg cursisten voor volgend jaar. Toch klopten ook de boeken.

Om de laurierboompjes die ons beloofd waren door chef grondzaken van de gemeente, maar die ze ondanks vele mailtjes nooit is komen brengen. Dus kochten we er zelf twee en rukte buurvrouw haar eigen boompje ook uit haar eigen tuin en zowaar: het was genoeg.

Om de verwachtingen van de ambtenaren en van ons over de rol van die ambtenaren, over vergunningen, placemaking, een wc en nog meer van de gemeente, hoe je daar vaak meer last dan lol van hebt, want geen ambitie en wel altijd bang voor klachten, maar dat je dus wel héél erg hard die mensen nodig hebt, die uiteindelijk toch 'ok' moeten zeggen en het tenslotte ook wel doen. Ookal zullen ze nooit één zak soepgroente komen kopen of boompje langsbrengen. En vinden ze het doodnormaal dat zij wel een salaris verdienen en jij helemaal niets. En dat ze eigenlijk best aardig zijn.

Om de verbazing daarover

Om onze band met de hondenuitlaters op het veld, maar nog meer misschien hun honden, die we nu allemaal bij naam kennen, omdat hun baasjes wel steeds hun naam roepen, maar de honden nooit de naam van hun baasje. Die ook nooit een zak soepgroente kopen, behalve één, die elke week kwam en wiens naam we dus wel kennen, nu en drie die we allang kenden omdat het onze eigen buren zijn.

En de verbazing daarover

Om al die mensen die verse groente zo uit de tuin zo fantastisch vinden. En al die andere die het nu ook willen leren in de Moestuinschool Amsterdam. En dat we dan misschien wel dit prachtige gedicht over de tuin die niet van jou is maar van de mensen en die elk jaar anders is ergens een plekje in de tuin gaan geven.


Om hoe de tuin nu, eind oktober eruit ziet, al die groenbemester die nog opkomt, de laatste radijs, spinazie, snijbiet en rucola, en dat we nog steeds een beetje ambivalent zijn over wat we met die lege bedden aanmoeten tot februari als we de loonwerker met die kleine afstand bestuurbare frees gaan inhuren.

Het waren geen leerdoelen, en wat heet 'werken' in de stadslandbouw. Uitgedrukt in kilo's of euro's per m2 hebben we helemaal niet zo slecht geboerd. Uitgedrukt in uren misschien wel. Uitgedrukt in het fijne voldane gevoel om vies en modderig uit de tuin te komen zeker. 

Dit ligt ons, we leerden dat we ervan genieten en dat het ook nog eens super tof is om het met zn tweeën te doen, want twee weten echt meer dan één. Dus zijn we geslaagd? Ja.

Door naar de volgende ronde: het echte werk. En we blijven ons verbazen.

zondag 11 oktober 2020

Van soep naar school: we gaan ervoor

 

Vier jaar geleden begon ons idee voor een tuinderij bovenop het dak van de Noord-Zuidlijn. We dachten dat te combineren met onze opleiding stadslandbouw, maar ambtelijke molens maalden trager dan we wilden, dus werd het een zelfbedacht derde leerjaar ná de opleiding. Om te kijken of het kan, een tijdelijke tuin voor een jaar op bouwzand.

De korte samenvatting van dit jaar is: het kan. Met twee vrachtwagens wormencompost als start. Er kwamen helpende handen, soms letterlijk uit het niets, Sommige groente ging als een speer (zoals knolvenkel, bieten, courgette, broccoli, paprika en peper) andere viel ten prooi aan de duiven en droogte (zoals onze erwten en wortelen). Kweekgras, distels en riet werden onze vaste tegenstanders, de grelinette en composthoop onze beste vriend. En wat fijn om dat allemaal tegenover je huis te hebben, zodat je dagelijks op de tuin kunt zijn zonder eindeloos te reizen.

Soep-eters vinden was nog iets minder makkelijk, maar inmiddels hebben we ook daarover niet te klagen. "Zonde, voor maar een jaar.".  Dat vonden wij eigenlijk niet, want we leerden verschrikkelijk veel, maar het werd ook tijd om verder te gaan en groter te groeien. Het was nooit ons plan om van 1000 m2 te leven, we wisten dat dat alleen kan als je cannabis teelt, of orchideeën. Dus toen we hoorden dat we nóg een jaar op deze plek mochten blijven was het een dilemma: te mooi om te laten lopen, te klein om op deze manier door te gaan. 

Toen kwam het idee van onze klasgenoot Rik bovendrijven: een combinatie van zelfoogsttuin en moestuincursus. We maakten een plan, vroegen de gemeente om ook mee te investeren om een eerste jaar mogelijk te maken en zie daar: inhoudelijk staan ze er he-le-maal achter. Dat is mooi! Dus gaan we van 'soep' naar 'school': Moestuinschool Amsterdam. We moeten helaas nog even wachten tot alle handtekeningen over geld en vergunning gezet zijn, maar we hebben alvast de inschrijvingen open gezet. 

Alle informatie (over opzet, geld etc) zetten we op onze website www.soepuitnoord.nl/nieuw-moestuinschool/ en de eerste tien inschrijvingen zijn inmiddels binnen. We gaan over van een los samenwerkingsverband naar een heuse stichting. En onze favoriete tuinbouwdocent Bart Willems heeft al 'ja 'gezegd tegen een plek in het bestuur. De stadsdeelcommissie wil graag meedenken over en zoeken naar een wat groter terrein voor ná 2021. Soms knijpen we elkaar even 'Is het echt aan het lukken?' 

Op het moment van schrijven hebben we nog 26 plekken, vooral de donderdag gaat hard. Als je dit groenteavontuur middenin Amsterdam niet wil missen, schrijf je in. Er kan maar één jaar het eerste jaar van de Moestuinschool zijn. Dus meld je aan op info@soepuitnoord.nl.

Dan gaan we kijken of het in 2021 wel lukt om echt grote knoflookbollen te telen, en hoe we de duiven van de erwten weg houden. We gaan meer groentes telen dan alleen soepgroenten, en de successen van 2020 herhalen. WE gaan nu wél aan wisselteelt doen. De tuin zal er anders uitzien, met 36 bedden van de cursisten en twee van de tuinders. Elke dag hebben we nieuwe ideeën: "zullen we dit? zullen we dat?" Het heerlijke van een tuinderij: elk jaar nieuwe ronde, nieuwe kansen. Elk jaar leren.

En elk jaar ander weer.

maandag 21 september 2020

Lentegroen in de herfst



Ons eerste seizoen is duidelijk over het hoogtepunt heen. Elke week dat we oogsten komen bedden leeg te liggen. Het blad van de pompoenen en aardappelen verschrompelen, de komkommers en courgettes zien er steeds minder florissant uit. Andijvie en knolvenkel begint te schieten, de dille bloeit: de herfst meldt zich.

Maar de lege bedden zijn ook nog heerlijk vochtig en warm. Vooraf hadden we al bedacht, dat we dan best nog wat spinazie konder zaaien, wat radijs misschien, of veldsla en wie weet winterpostelein. Want dat zijn allemaal groentes die nog snel genoeg te oogsten zijn en die juist beter ontkiemen als het niet héél warm en droog is. Eens kijken of de winterreuzen (zo heet de spinaziesoort waar we een reuzenzak zaad van hebben) het tegen de winter beter doet dan in het voorjaar, toen hij veel te snel ging bloeien.

Maar nu twijfelen we. Want we mogen nóg een jaar. En nóg een oogst, een nateelt, put de grond ook uit. De voedingsstoffen eten we dan zelf op, inplaats van de grond te voeden met dood blad. Beter groenbemesters zaaien. Die laten we dan op het bed afsterven en schoffelen we in het voorjaar onder. Of voeden we dan ook de slakken? Gaan die dan massaal voor nageslacht zorgen?

In elk geval lijkt het weer bijna lente op de tuin. Schone lege bedjes, met pas ontkiemende plantjes. Klaver en blauwe lupine in de voormalige knoflook en uienbedden, waar de grond zo schraal is. Mosterd en Phacelia omdat ze zo mooi bloeien. En toch ook nog wat radijs.

Dat is misschien wel het allermooiste van en groentetuin, dat het zo enorm sterk verandert, elke keer. Die brocoli die er nu nog uitziet alsof hij daar eeuwig zal staan, is straks weg en dan kan er nog nèt een keer klaver op gezaaid.

Tovenaars zijn we, schilders, die met een paar penseelstreken de hele tuin een nieuwe kleur geven. Lentegroen. Mooi, in de herfst.

donderdag 17 september 2020

Broccolibericht over succes en falen

 


Soms doe je het gewoon goed. Ons verbaast het nog steeds, elke keer aks het zo is.

Je zaait rucola en het komt op. Je bedenkt en bouwt minikasjes en de paprika's hangen een paar maanden later in diezelfde kasjes met bossen rijp aan de plant. Maar ons grootste wonder: de broccoli.

Daarvoor moet ik eerst even wijzen op de pagina over het telen van broccoli van Diana. Diana is vaak ons kompas als het op specifieke teeltvragen aankomt. Geen idee wie ze is, maar ze schrijft een geweldig goede moestuinsite vol praktische weetjes. Al tijdens onze opleiding zaten buurman en ik vaak tijdens de les informatie over specifieke teeltvragen op te zoeken op onze telefoontjes, om er dan vervolgens slimme (of domme) vragen over te stellen aan de docent. Heel vaak kwam de informatie van Diana.

Wat zegt Diana over broccoli? Dat het haar nooit lukt en dat ze ermee gestopt is om het te proberen. Há. In onze tijdelijke tuin, een jaar geleden nog bouwzand, zonder kunstmest, lukt het. Ongelofelijk toch?

Toegegeven, we durfden eerst ook niet. Maar nadat de erwten opgegeten waren door de duiven (afdeling falen) en de palmkool en de savooiekool het onder netten best aardig deden (nadat de duiven ook die hadden aangevallen), durfden we ineens. Als extra. "Not a staple crop, but a maybe crop."

Ook nog eens op het stenigste en slechtste stukje grond waar de erwten het vóór de duivenaanval al matig deden. Dus de hele grond schoongewied, extra kruiwagens wormencompost erop, ook nog wat duivenpoep, ook wat biologisch verantwoord 'Escargo' tegen slakken, wat vinassekali die we over hadden van de kerstbomen, wat gesteentemeel om de mineralen op peil te brengen: is dit nou 'volle grond'? helaas hielden we geen precieze boekhouding bij van wat we deden. Een blikje van dit, een handje van dat. En véél water af en toe.

Met aandacht de broccoli geplant, net erover, lekker veel ruimte per plant en: wow! Wat begonnen ze te groeien. En bloemknoppen, de feitelijke broccoli: enorm! Dat is geen toeval, maar een plan dat lukt. Want drie exact dezelfde en tegelijkertijd opgekweekte plantjes die we overhielden zette ik even aan de kopse kant van een ander bed onder een net, en die zijn nog niet eens de helft van hun broers en zussen op het powerbed. 

Dan het spannendste: oogsten voordat ze gaan bloeien. Dat ze net op hun allergrootst zijn, maar nog wel helemaal in de knop. Vandaag was het zover. Die enorme planten blijken super makkelijk te onthoofden.

Na het afsnijden van de groene bladeren (die je eigenlijk ook kunt eten, maar dat doen we in Nederland niet) blijven er brocoli's over van ruim een kilo. "Net zeeuwse knopen," zeg ik tegen een helpende hand, die geen Zeeuwse knopen kent. Voor wie ze ook niet kent: hieronder een foto van een reuzenknoop. Kijk en vergelijk. Inmiddels heb ik zelf een heerlijke broccoli verorberd die vanochtend nog in de tuin stond, en is de rest uitverkocht.

Diana, kom maar eens langs. Dan leren we het jou ook. Als het hier kan, kan het overal.




woensdag 9 september 2020

De groene bubbel

 


Ineens besefte ik me deze week hoezeer ik in een groene bubbel leef. In die bubbel is de voedseltransitie naar biologisch en plantaardig eten logisch. Stadslandbouw een deel van de oplossing. Ons werk in de tuin een prachtvoorbeeld. Dat het werk is, dat er voorlopig nog geen inkomen aan vast zit, dat is logisch en dat mag dit jaar. We sneden zonder morren 10 kilo uien uit de tuin en maakten er honderd koppen uiensoep van om uit te delen bij de buurtpicknick, zodat mensen zien wat we doen en vooral ook hoe lekker het is, soep uit Noord.

Toen sprak ik iemand van de gemeente die niet in die groene bubbel zit. Voor haar is het heel anders. Ons 'project' is een buurtproject en het is wel erg jammer dat de groente zo duur is voor buurtbewoners met een laag inkomen. Dat ik vanwege de tuin zelf helemaal geen inkomen heb, dat telt niet.

Vervolgens raakten we in gesprek over dat dilemma. Het kan toch niet waar zijn dat lokale groenteteelt gratis, of bijna gratis weggeven moet worden door mensen die zelf zo hard werken om die groente te telen? Een horecaondernemer van een tijdelijk initiatief moet toch ook kunnen leven van de omzet? "Ja," zei ze, "maar dat is een ondernemer, dat is heel anders." Paf! Om je oren. Een groen initiatief is voor de gemeente per definitie een vrijwilligersproject waar niet aan verdiend mag worden. Lekker buiten bezig. Als je daar vijf dagen van de week voor werkt, is dat je eigen keus.

Een ander wereldbeeld, maar eigenlijk mag ik niet mopperen, want drie jaar geleden kende ik mijn eigen groene bubbel ook nog niet. Dat groenteteelt echt een vak is, dat het iets anders is dan een beetje aanklooien in je achtertuin, dat vermoedde ik wel, maar ik had intussen een somber beeld van kromgebogen oude mannetjes in vieze broeken die langs het spoor in een moestuin scharrelen. Dat stadslandbouw ook over eten op je bord gaat, dat kon ik niet vermoeden.

Een professionele tuinder, een echte ondernemer volgens deze visie, zit niet in de stad, die heeft 200 hectare tomatenteelt onder glas. Een monocultuur die inmiddels leidt tot virusziekte. Ziektess die voor de tomaten vele malen besmettelijker, dodelijker en onuitroeibaarder zijn, dan Covid voor ons, maar daar hoor je  alleen maar over als je er meer van weet. In de supermarktschappen vind je alleen de gelukte tomaten.

Stadslandbouw bestaat ook helemaal niet in bestemmingsplannen. Er is geen apart kleurtje groen voor op de kaarten van de stedelijke diensten, Stadslandbouwers zijn geen ondernemers, maar liefhebbers die hun eigen boontjes telen, doppen en opeten. Tijdelijk, op een oud parkeerterrein, voor een jaar. Dat er inmiddels in Amsterdam wel degelijk allerlei stadslandbouwers zijn, dat ontgaat de meeste mensen. Ja, als er horeca bij is, dan is het echt.

Oh ironie. Want als corona ons één ding leerde is het hoe blij we moesten zijn dat we voor deze zomer niet hadden geinvesteerd in horeca. Ten eerste hadden we daar totaal geen tijd voor gehad en de horecaondernemer die naast Soep uit Noord in een kas wilde ondernemen heeft zich teruggetrokken en likt inmiddels zijn wonden.

Blijft het dilemma. Want inmiddels zitten wij in die groene bubbel, maar hebben de mensen van buiten de bubbel nodig om ons te laten bestaan als ondernemer. Om die lokale en biologisch geteelde groente op je bord mogelijk te maken. Misschien stug volhouden en genieten van de buitengewoon biologische bieten. Of van de onwaarschijnlijk goed gelukte okra's. Of van het lekker buiten bezig zijn. Het duurde bij mij drie jaar. Gemeente, neem de tijd. De tijd die nodig is om de bubbel te zien en te waarderen. Maar wacht alsjeblieft ook weer niet té lang, we willen zo graag verder.



maandag 31 augustus 2020

Met de uien naar bed

 

Toen buurman en buurvrouw bedachten om soepgroente te telen, ongeveer twee jaar geleden, zeiden we tegen elkaar: 'Uien telen we niet, die kopen we wel ergens goedkoop en biologisch in bij een akkerbouwer." We dachten: uien telen is zoiets sufs, die uiennetjes in de supermarkt zijn zo goedkoop, daar gaan we onze grond niet aan verspillen.

Maar het liep anders, héél anders, Daarom een lofzang op de ui. We dahten: 'Uien zijn kennelijk heel makkelijk, anders zouden ze veel duurder zijn.' Dus we planten ze vast op het veld, eigenlijk: tussen het kweekgras in het zand. We gaven water met zout water uit het kanaal. De maaier kwam langs en maaide gras en uien. ER was een hittegolf. Zó makkelijk bleken ze nou ook weer niet te zijn. Het werd niks, ons eerste uienjaar.

Het tweede jaar begon, we bewerkten en verrijkten de grond, mar helaas: precies waar we onze uienbedden gepland hadden spoelde de regen in de natte wintermaanden alles weg. "Uien kunnen daar wel tegen, " zeiden buurman en buurvrouw tegen elkaar en kwakten er met de hand nog wat vinassekali op, goed voor de wortelontwikkeling, want uien zijn eigenlijk wortelen, maar dan bol. Of zijn het nou stengels?

In elk geval: nu deden ze het wel: drie bedden dicht op elkaar geplant voor de bosuien vroeg in het jaar en drie bedden meer uit elkaar voor de echte dikke soepuien later in het jaar. Dan nog rijen ui langs de wortelen om de wortelvlieg weg te jagen en nog buiten langs het hek omdat we over hadden. En toen hadden we nog over. En maar wieden, want op die verbeterde grond deed van alles het goed.

Met verschillende helpende handen hebben we uiengesprekken gevoerd, over het wezen van de ui, over het planten, de groei, de smaak, het oogsten, het schoonmaken. We hebben uien prachtig schoongemaakt, wit met knalgroene stengels. Er waren bedjes die beter waren en bedjes die het minder deden. Waarom?

Nu hebben we zes kisten uien geoogst en die oogst ligt in de tuin van buurvrouw te drogen op een bed - een echt mensenbed - onder een zeiltje. Dat zijn echt heel andere uien dan die waardeloze uien uit een netje, zoveel liefde en aandacht zit erin.  Alleen die uien buiten het hek, dat werd alweer niks. Ze staan er nog wel, maar piep en piepklein. Leuk voor als je amsterdamse uitjes wil maken, van die kleine. Wie ze vindt, mag ze meenemen.

De grote gaan zondag in de uiensoep. We gaan tien kilo schillen en snijden en bakken en dan soep koken. Want zondag a.s. 6 september is het zomerhaven, dus we tracteren. Voor iedereen die altijd al komt en voor iedereen die nog nooit geweest is, maar alleen voor buren vanwege Corona. Daarom kan je googelen wat je wil, je zult het niet vinden, jij weet het nu, vanaf 15.00 zijn we er. Inplaast van eieren zoeken mag je uien zoeken langs het hek. En als je per ongeluk langskomt terwijl je geen buurman of buurvrouw bent en er is nog een kommetje soep over, dan mag dat ook, we zijn de lulligste niet.







zaterdag 22 augustus 2020

Tuinieren is werken in de zorg


Werken in de groente is werken in de zorg, leerden we van onze mentor op de Warmonderhof, Bart Willems. Maar ook dat je je niet al te druk moet maken over alle plagen en ziektes die de groenten kunnen belagen. Gewoon uithuilen, op de composthoop en opnieuw beginnen.

Er zijn er natuurlijk wel een paar die je ècht niet wil hebben. Je wil geen invasie van naaktslakken,  geen rupsen van de koolwitjes in je koolbladeren, geen vogels die het zaad opeten nog voordat het ontkiemd is. 

Tomaat is ook zo'n zorgenkindje. Grote telers telen die niet voor niets in kassen, die tegenwoordig ook nog eens méér dan coronaproof worden gedesinfecteerd, omdat er al een tijd een onuitroeibaar virus rondwaart dat voor heel veel schade zorgt. "Ga dus ook nooit in je tuin werken nadat je een tomaat uit de supermarkt in handen hebt gehad, dikke kans dat het virus erop zit en dat het via jouw handen overspringt," kregen we mee als tip van een tomatenteler.

Tomaten komen uit de Andes in Zuid-Amerika en kunnen best wat koelte hebben (23 graden is ideaal), graag veel vocht in de bodem en flink wat zon tijdens het rijpen, maar liever niet van dat vochtige Hollandse weer, dan is er een schimmeltje dat zich meester maakt van je buitentomaten: phytophtera.

Toch hebben we die staan. Twee soorten sterke struiktomaten voor in de tomatensoep en de Ribolitta. De ene heeft de beloftevolle naam 'Sberische struiktomaat', die ziet er megasterk uit. De andere is een 'varentomaat' en daar zijn tijdens de hittegolf (eigenlijk te warm, maar perfect qua droogte en licht) bizar veel rijpe tomaten aan gekomen. Nu de regen dreigde kocht buurman tomatenzakken, een doorzichtige plastic zak met grote gaten erin, om de tomaten tijdens regen af te dekken. 

Tja, dat werkte dus niet. Onze houtsnippermulch onder de tomaten is zo lekker vochtig, dat het binnen de zakken vochtiger was dan erbuiten, waar de wind altijd vrolijk over de tuin waait. Natuurlijk is buurvrouw eigenwijs en wil ze het graag nog eens proberen, als de grond en de planten goed droog zijn, maar waarschijnlijk ligt het ook aan het feit dat struiktomaten echt hun naam eer aan doen en laag bij de gronds groeien. De pissebedden hebben dat ook ontdekt.

De tomaten in onze minikas hebben daar allemaal geen last van. Die staan er prachtig bij. We zijn verliefd op de hartjestomaten, een snoeptomaatje dat zijn naam eer aan doet. Omdat onze kas niet hoger mag zijn dan 1 meter van de gemeente, mogen de tomaten van ons alle kanten op groeien, er wordt niet al teveel gediefd. Dat levert vast iets minder tomaten op, maar zoals het nu is zijn dat er al mega veel.

Af en toe ligt er buiten een tomaat aangevreten onder een struik, vogels? pissebedden? Die gaan dus op de composthoop. De allerlelijkste tomaten gooien buurman en buurvrouw zelf door de pastasaus. De hartjestomaat krijgen soms de helpende handen en de gasten op de tuin, als we ze willen verrassen met wat we voor elkaar hebben gekregen. "Proef maar eens."  Natuurlijk moeten buurman en buurvrouw geregeld ook zelf even proeven. Weet wat je teelt. We prijzen ons gelukkig dat we totnogtoe phytophteravrij en zonder virus de zomer doorkomen. Een zorg minder.