zaterdag 22 augustus 2020

Tuinieren is werken in de zorg


Werken in de groente is werken in de zorg, leerden we van onze mentor op de Warmonderhof, Bart Willems. Maar ook dat je je niet al te druk moet maken over alle plagen en ziektes die de groenten kunnen belagen. Gewoon uithuilen, op de composthoop en opnieuw beginnen.

Er zijn er natuurlijk wel een paar die je ècht niet wil hebben. Je wil geen invasie van naaktslakken,  geen rupsen van de koolwitjes in je koolbladeren, geen vogels die het zaad opeten nog voordat het ontkiemd is. 

Tomaat is ook zo'n zorgenkindje. Grote telers telen die niet voor niets in kassen, die tegenwoordig ook nog eens méér dan coronaproof worden gedesinfecteerd, omdat er al een tijd een onuitroeibaar virus rondwaart dat voor heel veel schade zorgt. "Ga dus ook nooit in je tuin werken nadat je een tomaat uit de supermarkt in handen hebt gehad, dikke kans dat het virus erop zit en dat het via jouw handen overspringt," kregen we mee als tip van een tomatenteler.

Tomaten komen uit de Andes in Zuid-Amerika en kunnen best wat koelte hebben (23 graden is ideaal), graag veel vocht in de bodem en flink wat zon tijdens het rijpen, maar liever niet van dat vochtige Hollandse weer, dan is er een schimmeltje dat zich meester maakt van je buitentomaten: phytophtera.

Toch hebben we die staan. Twee soorten sterke struiktomaten voor in de tomatensoep en de Ribolitta. De ene heeft de beloftevolle naam 'Sberische struiktomaat', die ziet er megasterk uit. De andere is een 'varentomaat' en daar zijn tijdens de hittegolf (eigenlijk te warm, maar perfect qua droogte en licht) bizar veel rijpe tomaten aan gekomen. Nu de regen dreigde kocht buurman tomatenzakken, een doorzichtige plastic zak met grote gaten erin, om de tomaten tijdens regen af te dekken. 

Tja, dat werkte dus niet. Onze houtsnippermulch onder de tomaten is zo lekker vochtig, dat het binnen de zakken vochtiger was dan erbuiten, waar de wind altijd vrolijk over de tuin waait. Natuurlijk is buurvrouw eigenwijs en wil ze het graag nog eens proberen, als de grond en de planten goed droog zijn, maar waarschijnlijk ligt het ook aan het feit dat struiktomaten echt hun naam eer aan doen en laag bij de gronds groeien. De pissebedden hebben dat ook ontdekt.

De tomaten in onze minikas hebben daar allemaal geen last van. Die staan er prachtig bij. We zijn verliefd op de hartjestomaten, een snoeptomaatje dat zijn naam eer aan doet. Omdat onze kas niet hoger mag zijn dan 1 meter van de gemeente, mogen de tomaten van ons alle kanten op groeien, er wordt niet al teveel gediefd. Dat levert vast iets minder tomaten op, maar zoals het nu is zijn dat er al mega veel.

Af en toe ligt er buiten een tomaat aangevreten onder een struik, vogels? pissebedden? Die gaan dus op de composthoop. De allerlelijkste tomaten gooien buurman en buurvrouw zelf door de pastasaus. De hartjestomaat krijgen soms de helpende handen en de gasten op de tuin, als we ze willen verrassen met wat we voor elkaar hebben gekregen. "Proef maar eens."  Natuurlijk moeten buurman en buurvrouw geregeld ook zelf even proeven. Weet wat je teelt. We prijzen ons gelukkig dat we totnogtoe phytophteravrij en zonder virus de zomer doorkomen. Een zorg minder.


woensdag 12 augustus 2020

Wie heeft de sleutel in handen?


In een klassiek kinderboek, 'De geheime tuin' vinden twee kinderen de sleutel van de gesloten tuindeur door achter het roodborstje aan te lopen.

Vaak gehoord de laatste tijd, als we het hebben over de voedseltransitrie, waar wij met 'Soep uit Noord' een klein kiezelsteentje aan bij hopen te dragen: "De consument heeft de sleutel in handen." Wat ons eten betreft zit daar zeker veel waars in. Toch leert de tuin ons een ander verhaal, je moet de sleutel eerst vinden. Het is net als verhaal van het roodborstje, dat tevergeefs zit te fluiten op de plek waar de sleutel al jaren begraven is.

Ja, consumenten vinden de sleutel zodra de supermarkt gezien wordt als onaangename en zelfs gevaarlijke plek, gaan veel mensen elders en soms verantwoorder inkopen. Wie is dan het roodborstje? Het virus

Ja, als biologisch goedkoper zou zijn dan niet biologisch, en als er vleestax zou zitten op vlees. Wie heeft die sleutel in handen? De regering, die dat dan wel moeten durven uitleggen aan hun stemmers.

Ja, als Nederlanders een andere eetcultuur zouden hebben, waarin goedkoop en gemakkelijk niet bovenaan lekker, gezond en goed voor de wereld zouden staan. En stadsmensen zijn de sleutel vaker kwijt dan plattelandsmensen. Roodborstjes zijn daar zeldzaam.

Ja, als supermarkten en hun marketeers de coronawinst die ze gemaakt hebben, zouden willen investeren in de transitie, omdat ze er echt in gaan geloven en ze hun aandeelhouders durven uit te leggen dat het echt beter is zo. Maar waarschijnlijk houden ze die sleutel lekker zelf.

Ja, als de boeren die paar cent extra per kilo krijgen als die kilo's bijdragen aan beter voedsel voor iedereen. Als iemand dat durft te betalen. Maar de werkelijkheid is dat mensen niet begrijpen dat wij onze groente niet gratis weggeven.

Kortom, het is een systeem. En in een systeem heeft nooit één iemand de sleutel die alles op kan lossen. Soms is de sleutel in handen van partijen waar je zelf nooit aan zou denken, zoals Staatsbosbeheer, zie https://www.duurzaambedrijfsleven.nl/agri-food/33931/duurzame-landbouw-staatsbosbeheer

Die kleine voorhoede van stadsconsumenten die al een sleutel om hun nek hebben hangen haalt bij ons de soepzak, sommigen van hen meer omdat wij het zijn, dan vanwege de groenten, maar dat is ook helemaal prima.

Wij hebben zelf ook een piepklein sleuteltje in handen, doordat we mensen dingen laten eten die ze anders nooit eten, hen en onszelf leren dat bouillonblokjes in de soep niet nodig zijn als je olie, zout en kruiden hebt, hen meenemen in ons tuinavontuur en laten zien dat de meeste verse groente in de supermarkt eigenlijk een transitie tegenhouden, doordat juist de consumenten onmogelijke wezens zijn, die kiezen voor uiterlijk. Doordat buurvrouw en drie helpende handen de getopte basilicum mee naar huis nemen die anders zou worden weggegooid en daar verrukkelijke pesto van maken.

Meestal is buurvrouw juist degene die de sleutels kwijt is in het echte leven, net zoals veel van de mensen in bovenstaande voorbeelden de metaforische sleutel kwijt zijn. Dat is erg onhandig, frustrerend zelfs, je kunt je huis niet in, ook niet via een achterdeurtje en ook de tuin niet. Engeland is gelsoten. Over de metaforische sleutel hebben buurman en buurvrouw allebei ook jaren gedaan. Inmiddels drinken ze havermelk in de koffie en kopen ze zelf het eten dat niet uit de tuin komt bewust, duur en duurzaam in. behalve drop en stroopwafels, er moet iets te zondigen overblijven.

Komt de schilder langs bij buurvrouw thuis om het houtwerk te schilderen. Iets te dikke zoon hoeft geen koffie. Water ook niet, het is 30 graden in de schaduw. Wat wel? Een anderhalve literfles cola. 
De sleutel is gebroken en er is geen ene Timmerman, die de sleutel maken kan. Of toch?  Misschien kan Timmermans het wel, als hij mag en durft.    

Of we zoeken allemaal een eigen achterdeurtje, de sleutel van de tuinpoort ligt altijd wel ergens, je moet alleen even opletten waar het roodborstje zit...

zondag 2 augustus 2020

De strijd tegen de terrorduiven en andere meeëters

Wie groente teelt in de stad zal te maken krijgen met meeëters. In het geval van Soep uit Noord begon dat met de terrorduiven. Eigenlijk gewoon duiven, maar omdat ze alles wat enigszins naar kool smaakt kaal vreten, waren buurman en buurvrouw totaal niet blij met ze. Het duurde maar een week, toen hadden ze de nieuwe aanplant ontdekt. Drie plantjes kaal gegeten, dus buurman wilde al klaar zitten achter het raam met een luchtbuks. Morgen maar eens netten over de kool, dachten we. De volgende ochtend waren nog twintig planten kaal gegeten. Toen hadden ze de erwten al ontdekt en vraten ze de hele erwtenplantage kaal, peulen, stelen, blad en al. Buurmans wens om te schieten groeide. We droomden zelfs van duivenpastei, ookal zijn we vooral plantaardig, qua eetpatroon.

Daarna kwamen de roeken, die er lol in hadden de andijvieaanplant eruit te rukken. We hadden plantjes uitgeplant en de persblokjes waarin ze waren opgekweekt lagen e;lke dag los in het bed. Van de plantjes bleven ze af, ze waren kennelijk aan het spelen, of de blokjes trekken wormen of andere insecten aan. Tegen de terroroeken spanden we ook gaas over de andijvie, maar nu zette buurman nog een middel in: Terrorhawk, een vlieger in de vorm van een roofvogel. Het lijkt te werken, de roeken die vaste gast in de tuin waren zien we nu veel minder vaak en de andijvie tiert welig.

Ook viel er af en toe een knolvenkel om, de steeltjes leken half doorgeknaagd, of de wind (open veld) blies de slappe kasplantjes om, of een worm? We weten het nog steeds niet, feit is dat het een kwart van de venkels kostte. Buurvrouw las iets over een speciaal wormpje, die misschien vanuit de kwekerij die de plantjes had geleverd was meegekomen. Buurman dacht aan muizen of ratten.
Sowieso wisten we al wel dat er allerlei ondergronds of onzichtbaar kleine belagers graag mee eten van groenteplanten, elke soort heeft zijn eigen vijanden: aaltjes, luizen, rupsen, kevers, larven, je kan het zo gek niet bedenken of ze komen van heinde en verre als je hun favoriete groente plant.

Dan de slakken. Tot onze vreugde leek het erg mee te vallen, maar naarmate de tuin groener en natter werd, glibberden ze toch naar binnen. Omdat buurman en buurvrouw in eigen achtertuin heel veel met slakken, vooral naaktslakken, te maken hebben hadden we vantevoren al goed over deze meeëter nagedacht. Wat helpt zijn volgens ons drie dingen: droge grond, dus vandaar dat we niet mulchen en paadjes maakten van houtsnipper. Slakken houden ervan om over natte glibberige grond te kruipen. Dan is er één biologische middeltjes oplossing, 'Escargo' dat ferrifosfaat bevat. Pas als bestrijding 1 niet werkt en minder goed, maar sneller dan oplossing 3: aaltjes. Daartoe moet je eerst dode slakken in water laten wegrotten, daarmee kweek je aaltjes die levende slakken ook aantasten. Allemaal, behalve 1, niet prettig voor de slakken.

Alle andere ideeën die we op internet hebben zien langs komen kennen we uit eigen ervaring en zijn minder optimaal: slakkenvallen lokken slakken it een veel te wijde omtrek aan, dat wil je juist niet. Koperen band om je planten is veel te duur voor een tuinderij. Koffiedik: zie droge grond. We zien nu af en toe wel slakken, het droge voorjaar hield ze weg, nu het natter is komen ze opzetten. Maar we zijn nog niet overgegeaan tot methode drie, domweg omdat het nog niet nodig is.

Buurvrouw was deze week alleen in de tuin en ineens viel het op dat er koolwitjes rondfladderden. Gezellig, die witte vlindertjes, maar we willen niet dat ze een familie van rupsen op de kool gaan achterlaten. Dan toch maar vogelgaas eraf en insectengaas erop?

Gelukkig trekken we ook veel lieveheersbeestjes en bijen aan, laat die maar lekker meeëten. De eersten eten luis, de tweede bloemennectar. Prima. Dat is de beste manier van bestrijden, de vijanden uitnodigen in de tuin en hopen dat ze samen tot een evenwicht komen.

Menselijke meeëters zijn er gelukkig nog maar sporadisch geweest, die zijn wel meteen het grootst, dus de schade kan heftig zijn. Dan komt die buks van buurman....
Gelukkig is het een imaginaire buks.

maandag 27 juli 2020

Groente gaat niet op vakantie


Net als alles in de stad stil komt te vallen, ook in Coronatijd gaan mensen toch op vakantie, blijft de tuinder thuis. Groente gaat niet met vakantie, sterker nog: in de vakantie spuit de groente de grond uit, dus de tuinder kán ook niet met vakantie. Gelukkig valt er ook enorm veel te genieten en al helemaal deze zomer, met die fijne afwisseling van zon en regen. En het is ook wel heel erg mooi, al die rode pruiken van de Lolla Rosso sla, als die stevige komkommers en courgettes, de tweede zaai van de worteltjes die nu toch opkomen, de bonentipi vol met hangende snijbonen en de uien die strijken. Daar kan een schilderij in een ver museum eigenlijk niet tegenop.

Het mooist is het, als de groente niet overwoekerd wordt door onkruid, dat altijd nèt iets beter en harder groeit, daarom kan de tuinder ook niet weg. Elke dag een nieuwe verrassing op de tuin, zoals het moment dat de uien gingen strijken.

Toegegeven, we hadden daar als nieuwe tuinder ook nog nooit van gehoord, van dat strijken. Maar wie uien teelt zal het meteen herkennen. Op een gegeven moment is het uienloof 'klaar' en gaat plat op de grond liggen. Dat lijkt net alsof er een storm overheen is gegaan, of een vandaal. Maar het is gewoon de zomer, op een gegeven moment is het zover. Dan valt het trotse loof zomaar om, en begint de ui te rijpen en het loof te drogen. dan is het over met de verkoop van stengelui. Pas als het driekwart droog is, oogst je het. Vlechten, gaan we er dan van maken.

Buurman en buurvrouw staan zelf ook een beetje versteld van hoe alles het doet. Ons eerste uienexperiment in het gras vorig jaar op dezelfde plek was een totale flop. Afgelopen winter was dit nog bouwzand met kweekgras en kijk nou toch eens. Dus soms lopen of staan we alleen maar te kijken. Naar de bloeiende koriander - net kant. Naar de savooie kolen, die eruitzien alsof er heel binnenkort babietjes uit gaan komen. Naar de dikke ronde knolvenkels en naar de strijkende uien, sommige zijn al tien centimeter dik. Buurvrouw voelt iets borrelen, buurman zucht. 'Mooi, hè.'

Groente gaat niet op vakantie, maar het leven in de groentetuin is een soort vakantie, een fysieke, buiten in-weer-en-wind vakantie. Zoiets als survivalen. Zeker als je er ook nog eens een heel erg buitenlandse soep van weet te maken met zelf gekweekt korianderzaad. Mjammie, Sri-Lankasoep.

PS: één tuinder is genoeg, als je maar 1000 m2 hebt. Dus om en om zijn buurman en buurvrouw deze zomer ook nog even weg van de tuin. Dan is het thuiskomen feest - met nieuwe ogen ziet het er allemaal helemaal geweldig uit.

zondag 5 juli 2020

We zullen doorgaan!


Lege bedden in de tuin, wat doen we ermee? We hebben nu zeven  keer groenten en kruiden geoogst. Voor spinaziesoep, erwtensoep, wilde plantensoep en bietensoep. Er zijn dus gaten aan het ontstaan. Vraag is: wat doen we, want alle andere groenten en kruiden staan netjes geplant. Dat heb je met groente: het is éénjarig en in een eenjarige pop-up tuin als de onze is de plant na de oogst ook echt weg.

In ons eigen prachtige teeltplan hadden we wel 'nateelt' na de spinazie, namelijk de prei voor de allerlaatste soep. De wilde soep was met recht wild: veel van de planten waren onkruid, de rest vaste planten of planten die na de oogst teruggroeien en waar je van kan blijven oogsten zoals rucola en snijbiet, dus dat leverde nog geen gaten op. Maar na de erwten en bietjes hadden we niets. We hebben nog wel een zak spinaziezaad liggen, die wilden we liever pas zaaien aan het eind van de zomer. Om schieten te voorkomen.

Tjee... die lege plekken schreeuwen erom, om gevuld te worden. We hebben deze plek maar één jaar, dus we willen eruit halen wat erin zit. Er zijn nog wel wat vergeten wintergroentes die je nu nog kunt zaaien, maar in de winter moeten we al weg. Groenbemester kan, maar daar is het ook een beetje vroeg voor. Bloemen, of is het daar alweer te laat voor? Gek, dat deze gedachten niet eerder zijn opgekomen. Zo groot was onze zorg of het uberhaupt ging lukken. Toen buurvrouw bij Jongerius was, waar al het plantgoed vandaan komt, heeft ze gauw nog wat andijvie en broccoli gehaald. En sla. Intussen zorgt de tuin zelf ook voor nateelt, het onkruid tiert welig en trekt daarmee ook de eerste dikke slakken aan. Mulchen durven we daarom niet.

Gelukkig is onze tuin tijdelijk, dachten we, want nu planten we echt alles door elkaar, zonder rekening te houden met wat er volgend jaar op dezelfde plek komt, want dan is het mogelijk weer een parkeerterrein. Dachten we. De gele rolklaver laten we maar, die bindt tenminste stikstof en dat ie misschien ook aaltjes aantrekt is dan maar jammer, dachten we.

Nu weten we beter. Er is een kans, een grote kans zelfs, dat we op deze plek door mogen gaan met een tuin. Komende week horen we daar meer over, want doorgaan betekent helaas ook opnieuw vergunningengedoe en dat duurde vorige keer een heel jaar. Maar we zullen doorgaan!

We gingen al wel een klein beetje door, want buurman en buurvrouw wilden als team sowieso door en waren alweer druk op zoek naar een nieuwe plek. Een plek waar we wel een inkomen kunnen verdienen, dus minstens drie keer zo groot. We hadden ook een plan voor die plek, daar kunnen we dus nu al mee beginnen. Misschien. Dan is het ineens wèl van belang om het wortelonkruid echt goed te verwijderen. Dan is groenbemester ineens wèl heel erg belangrijk. Dan moeten we goed bijhouden wat we waar planten, met de nateelt, Dan moet die lik verf toch maar wel over de zijkant van de opbergkisten. En het waardeloze gereedschap moet vervangen door goed gereedschap. Dus wèl een pootstok voor de prei inplaats van die afgebroken steel van de schep.

Ja, een tuinschool voor volwassenen. Voor al die mensen die na de schooltuin nog steeds dat verlangen voelen om zelf te telen, maar toch niet zo goed weten hoe het moet. Een soort groentenclub, met teams die hun best doen de mooiste en beste oogst van hun bedden te halen en wij zijn dan de coach en de materiaalcommissie in één. Oh vergunningen, have mercy. Laat ons onze dromen waar mogen maken in 2021. Dan vechten we nu nog even door tegen roeken, duiven, slakken en rietstengels en zullen we héél goed voor deze grond zorgen, zodat volgend jaar alles eruit spuit.

En als we dan toch dromen, dromen we er ook meteen een clubhuis bij, met wc.
Doe je mee? Inschrijven kan vanaf nu. Meer informatie over clubgeld en tijden na de vakanties.

vrijdag 26 juni 2020

De laatste dag van de Rabarber




Buurvrouw vindt twee planten in het voorjaar extra lekker: spinazie en rabarber. De spinazietijd op de tuin is helaas over. Rabarber telen op een tuin die je na één jaar alweer op moet ruimen is een beetje onzin, het is één van de weinige groenteplanten die wel 25 jaar oud kan worden en die je elk jaar kunt vermeerderen. Maar dan moet je tuin dus wel langer dan een jaar meegaan. Bovendien leek het niet echt te passen tussen de soepgroenten.

Voor het opstellen van het teeltplan waren buurman en buurvrouw af en toe een beetje aan het worstelen met de aangeleverde soeprecepten. Soms is bijvoorbeeld een zuurtje in de soep best lekker, maar éénjarige citroenbomen? Dat gaat hem niet worden. Net als alle recepten met gember en kokos, trouwens, maar dat is een ander verhaal. Monique Ickenroth uit de Vogelbuurt kwam voor het zure met de oplossing: rabarber in de soep. Wat een tof idee! Waarom altijd scheppen suiker bij de rabarber, als je hem ook als zure groente en bindmiddel in één kunt gebruiken. Waarom hadden we dat zelf niet bedacht?

Nou is er iets met rabarber, wat bijna iedereen meteen roept, maar niemand precies weet: na 24 juni, st Jan,  mag je het niet meer eten. Dus Monique heeft haar planten speciaal voor onze koude bietensoep helemaal kaal geplukt en op 25 juni deden we de buurrabarbers in de soepzak. Want dat was nog nèt op tijd. Buurman maakte zich intussen vooral zorgen over de komkommertjes en de dille, die volgens het recept ook oogstklaar zouden moeten zijn, maar de dille wil na eerdere uitbundige oogst niet terug groeien. Die planten krijgt Monique nou, in ruil voor de rabarber. Bietensoep met koriander en basilicum is ook heel lekker en die hebben we volop.

Volgende week staat deze koude bietensoep (echt verrukkelijk) wéér op het menu en dan is het dus ná st Jan, bovendien is de tuin van Monique dan leeg. Daarom hebben we ons er even in verdiept, misschien kunnen we toch nog ergens anders in de buurt rabarber vinden..
Op gezondheidsnet staat dit: na st Jan komt er meer oxaalzuur in de steel en teveel oxaalzuur (een kilo rabarber per persoon) is dat inderdaad niet goed voor je tanden en botten. Dus doe maar niet. Die ene stengel lijkt mij daarom niet zo erg, maar er is nóg een reden om volgende week een andere oplossing te zoeken: de rabarberplant moet je na 24 juni met rust laten om te zorgen dat hij sterk genoeg kan terug groeien voor de winter. Dat vind ik een hele belangrijke.

Dus: deze week rabarber in de soep. Daarna mogen de planten van Monique uitrusten. En gaan wij vast dromen van een tuin waar rabarberplanten 25 jaar oud mogen worden. Wat een feest zou dat zijn.  Als er geen andere rabarbertuin te vinden is, doe dan wat zure yoghurt door de soep. En wat koriander en basilicum als de dille nog niet zover is. Komkommer kan je trouwens ook zuur maken, met azijn en zout. Buurman kijkt ze letterlijk de grond uit. Dat leer je wel in een eenmalige soeptuin: improviseren met wat je wèl hebt, in de tuin.

zondag 14 juni 2020

Wat kost dat nou, zo'n zak groenten?

De vis wordt duur betaald, zeiden ze in het toneelstuk 'Op hoop van Zegen' als er weer een visser door de zee verzwolgen was. Zo dramatisch is het niet in de groenten, maar toch zou je ook kunnen zeggen 'De groente wordt duur betaald'

Groente is eigenlijk idioot goedkoop, zeker die groente uit de kopse bakken in de supermarkt. Overigens is het niet de supermarkt, maar de boer of teler, die die aanbiedingen betaalt. Maar we ervaren dat als normaal en als er dan biologische sla naast ligt, denken we vaak "Duur!' Ik wel, in elk geval. Ik blijf het toch vergelijken, ook al weet ik inmiddels zoveel beter. Daardoor koop ik ook makkelijk teveel en gooi ik het daardoor ook makkelijk weg. Dus ik kan het andere mensen moeilijk kwalijk nemen.

De groente wordt duur betaald, want goedkope groente kan alleen bij gratie van schaalvergroting, goedkope gastarbeiders, virusinfecties door monoculturen, leningen bij de Rabo met grondspeculatie als onderpand, bestrijdingsmiddelen en kunstmest. Het lijkt voor een leek meer op economie en scheikunde dan op biologie. De vlucht voorwaarts en Nederland is er goed in. De grond in Nederland raakt daardoor bedekt met kassen (Westland) enorme koelhuizen en raakt uitgeput door al die chemicaliën. Op veel plekken is de grond eigenlijk dood, een substraat waarop geteeld wordt. Maar wel met een hoge opbrengst per m2. Een hoge opbrengst in kilo's en geld, niet per se in prachtige verse erwtjes zoals die paar op de foto, die wij van de duiven hebben gered en daardoor nóg kostbaarder waren.

Hoe duur wordt de soep eigenlijk betaald?
Wij vragen 8 euro voor een zak vers geoogste groente waarmee je soep kunt koken voor 4 personen, een liter lekkere, goed gevulde soep. Bij de Dirk en de Jumbo betaal je soms maar de helft, wij zouden ook minder kunnen vragen, maar wij vinden 2 euro voor een kop soep een heel prima bedrag, we hopen dat er elke week genoeg klanten te vinden zijn die dat ook zo zien. Tot nog toe wel. De groente wordt niet eens zo heel erg duur betaald in Soep uit Noord. Die acht euro is maar een fractie van de kosten.

Ons geheim
Het geheim is dat er drie sponsors zijn van de tuin. De gemeente, die de inrichtingskosten en de grond beschikbaar stelt, buurman en buurvrouw die werken zonder salaris of uitkering. Reken maar even mee: gemiddeld 30 zakken soep, 8 euro, 22 weken = 5.280 omzet - btw = 4.844 euro voor een jaar werk door twee personen. We hebben ons uurtarief wel eens voor de grap doorberekend, en ook de inrichtingskosten. Als de grond nog steeds gratis zou zijn en we een heel bescheiden uurtarief van 25 euro zouden berekenen kost de soep geen 8 euro, maar 152 euro.

Onze list
We moeten dus een list verzinnen voor ná dit jaar, want dit jaar hebben we ons derde leerjaar genoemd, we gaan hierna weer gewoon geld verdienen, hebben we met elkaar afgesproken. De meeste biologische tuinders verdienen een minimumloon, weten we, dus dat lage honorarium dat klopt helaas wel. We zijn al aan het praten met tuinders op 12 - 50 km afstand, misschien kunnen we ergens een tuin overnemen. Volgens ons moeten we dan een tuin hebben die minstens tien keer zo groot is, óf een slim nieuw verdienmodel. Een zak groente van 152 euro lijkt ons niet slim, dus geniet er nog maar even van. Nú kan het nog, goedkope groente uit de tuin. Iedereen tegen wie we zeggen dat we er op 31 december weer weg moeten probeert ons gerust te stellen 'Misschien mag je langer.' Maar dat is geen echte geruststelling. Langer wat? Langer werken zonder inkomen? Nee, een list kan ons misschien redden. Of een landje, ergens. Liefst niet al te ver weg.

Gaat het dan om geld? Misschien niet.
'Pas als de laatste boom is omgehakt, de laatste vis gevangen en de laatste krop sla geoogst is, kom je erachter dat je geld niet kunt eten' (vrij naar een Indiaans spreekwoord)
Alleen tot die tijd wordt de soep duur betaald.