zondag 11 oktober 2020

Van soep naar school: we gaan ervoor

 

Vier jaar geleden begon ons idee voor een tuinderij bovenop het dak van de Noord-Zuidlijn. We dachten dat te combineren met onze opleiding stadslandbouw, maar ambtelijke molens maalden trager dan we wilden, dus werd het een zelfbedacht derde leerjaar ná de opleiding. Om te kijken of het kan, een tijdelijke tuin voor een jaar op bouwzand.

De korte samenvatting van dit jaar is: het kan. Met twee vrachtwagens wormencompost als start. Er kwamen helpende handen, soms letterlijk uit het niets, Sommige groente ging als een speer (zoals knolvenkel, bieten, courgette, broccoli, paprika en peper) andere viel ten prooi aan de duiven en droogte (zoals onze erwten en wortelen). Kweekgras, distels en riet werden onze vaste tegenstanders, de grelinette en composthoop onze beste vriend. En wat fijn om dat allemaal tegenover je huis te hebben, zodat je dagelijks op de tuin kunt zijn zonder eindeloos te reizen.

Soep-eters vinden was nog iets minder makkelijk, maar inmiddels hebben we ook daarover niet te klagen. "Zonde, voor maar een jaar.".  Dat vonden wij eigenlijk niet, want we leerden verschrikkelijk veel, maar het werd ook tijd om verder te gaan en groter te groeien. Het was nooit ons plan om van 1000 m2 te leven, we wisten dat dat alleen kan als je cannabis teelt, of orchideeën. Dus toen we hoorden dat we nóg een jaar op deze plek mochten blijven was het een dilemma: te mooi om te laten lopen, te klein om op deze manier door te gaan. 

Toen kwam het idee van onze klasgenoot Rik bovendrijven: een combinatie van zelfoogsttuin en moestuincursus. We maakten een plan, vroegen de gemeente om ook mee te investeren om een eerste jaar mogelijk te maken en zie daar: inhoudelijk staan ze er he-le-maal achter. Dat is mooi! Dus gaan we van 'soep' naar 'school': Moestuinschool Amsterdam. We moeten helaas nog even wachten tot alle handtekeningen over geld en vergunning gezet zijn, maar we hebben alvast de inschrijvingen open gezet. 

Alle informatie (over opzet, geld etc) zetten we op onze website www.soepuitnoord.nl/nieuw-moestuinschool/ en de eerste tien inschrijvingen zijn inmiddels binnen. We gaan over van een los samenwerkingsverband naar een heuse stichting. En onze favoriete tuinbouwdocent Bart Willems heeft al 'ja 'gezegd tegen een plek in het bestuur. De stadsdeelcommissie wil graag meedenken over en zoeken naar een wat groter terrein voor ná 2021. Soms knijpen we elkaar even 'Is het echt aan het lukken?' 

Op het moment van schrijven hebben we nog 26 plekken, vooral de donderdag gaat hard. Als je dit groenteavontuur middenin Amsterdam niet wil missen, schrijf je in. Er kan maar één jaar het eerste jaar van de Moestuinschool zijn. Dus meld je aan op info@soepuitnoord.nl.

Dan gaan we kijken of het in 2021 wel lukt om echt grote knoflookbollen te telen, en hoe we de duiven van de erwten weg houden. We gaan meer groentes telen dan alleen soepgroenten, en de successen van 2020 herhalen. WE gaan nu wél aan wisselteelt doen. De tuin zal er anders uitzien, met 36 bedden van de cursisten en twee van de tuinders. Elke dag hebben we nieuwe ideeën: "zullen we dit? zullen we dat?" Het heerlijke van een tuinderij: elk jaar nieuwe ronde, nieuwe kansen. Elk jaar leren.

En elk jaar ander weer.

maandag 21 september 2020

Lentegroen in de herfst



Ons eerste seizoen is duidelijk over het hoogtepunt heen. Elke week dat we oogsten komen bedden leeg te liggen. Het blad van de pompoenen en aardappelen verschrompelen, de komkommers en courgettes zien er steeds minder florissant uit. Andijvie en knolvenkel begint te schieten, de dille bloeit: de herfst meldt zich.

Maar de lege bedden zijn ook nog heerlijk vochtig en warm. Vooraf hadden we al bedacht, dat we dan best nog wat spinazie konder zaaien, wat radijs misschien, of veldsla en wie weet winterpostelein. Want dat zijn allemaal groentes die nog snel genoeg te oogsten zijn en die juist beter ontkiemen als het niet héél warm en droog is. Eens kijken of de winterreuzen (zo heet de spinaziesoort waar we een reuzenzak zaad van hebben) het tegen de winter beter doet dan in het voorjaar, toen hij veel te snel ging bloeien.

Maar nu twijfelen we. Want we mogen nóg een jaar. En nóg een oogst, een nateelt, put de grond ook uit. De voedingsstoffen eten we dan zelf op, inplaats van de grond te voeden met dood blad. Beter groenbemesters zaaien. Die laten we dan op het bed afsterven en schoffelen we in het voorjaar onder. Of voeden we dan ook de slakken? Gaan die dan massaal voor nageslacht zorgen?

In elk geval lijkt het weer bijna lente op de tuin. Schone lege bedjes, met pas ontkiemende plantjes. Klaver en blauwe lupine in de voormalige knoflook en uienbedden, waar de grond zo schraal is. Mosterd en Phacelia omdat ze zo mooi bloeien. En toch ook nog wat radijs.

Dat is misschien wel het allermooiste van en groentetuin, dat het zo enorm sterk verandert, elke keer. Die brocoli die er nu nog uitziet alsof hij daar eeuwig zal staan, is straks weg en dan kan er nog nèt een keer klaver op gezaaid.

Tovenaars zijn we, schilders, die met een paar penseelstreken de hele tuin een nieuwe kleur geven. Lentegroen. Mooi, in de herfst.

donderdag 17 september 2020

Broccolibericht over succes en falen

 


Soms doe je het gewoon goed. Ons verbaast het nog steeds, elke keer aks het zo is.

Je zaait rucola en het komt op. Je bedenkt en bouwt minikasjes en de paprika's hangen een paar maanden later in diezelfde kasjes met bossen rijp aan de plant. Maar ons grootste wonder: de broccoli.

Daarvoor moet ik eerst even wijzen op de pagina over het telen van broccoli van Diana. Diana is vaak ons kompas als het op specifieke teeltvragen aankomt. Geen idee wie ze is, maar ze schrijft een geweldig goede moestuinsite vol praktische weetjes. Al tijdens onze opleiding zaten buurman en ik vaak tijdens de les informatie over specifieke teeltvragen op te zoeken op onze telefoontjes, om er dan vervolgens slimme (of domme) vragen over te stellen aan de docent. Heel vaak kwam de informatie van Diana.

Wat zegt Diana over broccoli? Dat het haar nooit lukt en dat ze ermee gestopt is om het te proberen. Há. In onze tijdelijke tuin, een jaar geleden nog bouwzand, zonder kunstmest, lukt het. Ongelofelijk toch?

Toegegeven, we durfden eerst ook niet. Maar nadat de erwten opgegeten waren door de duiven (afdeling falen) en de palmkool en de savooiekool het onder netten best aardig deden (nadat de duiven ook die hadden aangevallen), durfden we ineens. Als extra. "Not a staple crop, but a maybe crop."

Ook nog eens op het stenigste en slechtste stukje grond waar de erwten het vóór de duivenaanval al matig deden. Dus de hele grond schoongewied, extra kruiwagens wormencompost erop, ook nog wat duivenpoep, ook wat biologisch verantwoord 'Escargo' tegen slakken, wat vinassekali die we over hadden van de kerstbomen, wat gesteentemeel om de mineralen op peil te brengen: is dit nou 'volle grond'? helaas hielden we geen precieze boekhouding bij van wat we deden. Een blikje van dit, een handje van dat. En véél water af en toe.

Met aandacht de broccoli geplant, net erover, lekker veel ruimte per plant en: wow! Wat begonnen ze te groeien. En bloemknoppen, de feitelijke broccoli: enorm! Dat is geen toeval, maar een plan dat lukt. Want drie exact dezelfde en tegelijkertijd opgekweekte plantjes die we overhielden zette ik even aan de kopse kant van een ander bed onder een net, en die zijn nog niet eens de helft van hun broers en zussen op het powerbed. 

Dan het spannendste: oogsten voordat ze gaan bloeien. Dat ze net op hun allergrootst zijn, maar nog wel helemaal in de knop. Vandaag was het zover. Die enorme planten blijken super makkelijk te onthoofden.

Na het afsnijden van de groene bladeren (die je eigenlijk ook kunt eten, maar dat doen we in Nederland niet) blijven er brocoli's over van ruim een kilo. "Net zeeuwse knopen," zeg ik tegen een helpende hand, die geen Zeeuwse knopen kent. Voor wie ze ook niet kent: hieronder een foto van een reuzenknoop. Kijk en vergelijk. Inmiddels heb ik zelf een heerlijke broccoli verorberd die vanochtend nog in de tuin stond, en is de rest uitverkocht.

Diana, kom maar eens langs. Dan leren we het jou ook. Als het hier kan, kan het overal.




woensdag 9 september 2020

De groene bubbel

 


Ineens besefte ik me deze week hoezeer ik in een groene bubbel leef. In die bubbel is de voedseltransitie naar biologisch en plantaardig eten logisch. Stadslandbouw een deel van de oplossing. Ons werk in de tuin een prachtvoorbeeld. Dat het werk is, dat er voorlopig nog geen inkomen aan vast zit, dat is logisch en dat mag dit jaar. We sneden zonder morren 10 kilo uien uit de tuin en maakten er honderd koppen uiensoep van om uit te delen bij de buurtpicknick, zodat mensen zien wat we doen en vooral ook hoe lekker het is, soep uit Noord.

Toen sprak ik iemand van de gemeente die niet in die groene bubbel zit. Voor haar is het heel anders. Ons 'project' is een buurtproject en het is wel erg jammer dat de groente zo duur is voor buurtbewoners met een laag inkomen. Dat ik vanwege de tuin zelf helemaal geen inkomen heb, dat telt niet.

Vervolgens raakten we in gesprek over dat dilemma. Het kan toch niet waar zijn dat lokale groenteteelt gratis, of bijna gratis weggeven moet worden door mensen die zelf zo hard werken om die groente te telen? Een horecaondernemer van een tijdelijk initiatief moet toch ook kunnen leven van de omzet? "Ja," zei ze, "maar dat is een ondernemer, dat is heel anders." Paf! Om je oren. Een groen initiatief is voor de gemeente per definitie een vrijwilligersproject waar niet aan verdiend mag worden. Lekker buiten bezig. Als je daar vijf dagen van de week voor werkt, is dat je eigen keus.

Een ander wereldbeeld, maar eigenlijk mag ik niet mopperen, want drie jaar geleden kende ik mijn eigen groene bubbel ook nog niet. Dat groenteteelt echt een vak is, dat het iets anders is dan een beetje aanklooien in je achtertuin, dat vermoedde ik wel, maar ik had intussen een somber beeld van kromgebogen oude mannetjes in vieze broeken die langs het spoor in een moestuin scharrelen. Dat stadslandbouw ook over eten op je bord gaat, dat kon ik niet vermoeden.

Een professionele tuinder, een echte ondernemer volgens deze visie, zit niet in de stad, die heeft 200 hectare tomatenteelt onder glas. Een monocultuur die inmiddels leidt tot virusziekte. Ziektess die voor de tomaten vele malen besmettelijker, dodelijker en onuitroeibaarder zijn, dan Covid voor ons, maar daar hoor je  alleen maar over als je er meer van weet. In de supermarktschappen vind je alleen de gelukte tomaten.

Stadslandbouw bestaat ook helemaal niet in bestemmingsplannen. Er is geen apart kleurtje groen voor op de kaarten van de stedelijke diensten, Stadslandbouwers zijn geen ondernemers, maar liefhebbers die hun eigen boontjes telen, doppen en opeten. Tijdelijk, op een oud parkeerterrein, voor een jaar. Dat er inmiddels in Amsterdam wel degelijk allerlei stadslandbouwers zijn, dat ontgaat de meeste mensen. Ja, als er horeca bij is, dan is het echt.

Oh ironie. Want als corona ons één ding leerde is het hoe blij we moesten zijn dat we voor deze zomer niet hadden geinvesteerd in horeca. Ten eerste hadden we daar totaal geen tijd voor gehad en de horecaondernemer die naast Soep uit Noord in een kas wilde ondernemen heeft zich teruggetrokken en likt inmiddels zijn wonden.

Blijft het dilemma. Want inmiddels zitten wij in die groene bubbel, maar hebben de mensen van buiten de bubbel nodig om ons te laten bestaan als ondernemer. Om die lokale en biologisch geteelde groente op je bord mogelijk te maken. Misschien stug volhouden en genieten van de buitengewoon biologische bieten. Of van de onwaarschijnlijk goed gelukte okra's. Of van het lekker buiten bezig zijn. Het duurde bij mij drie jaar. Gemeente, neem de tijd. De tijd die nodig is om de bubbel te zien en te waarderen. Maar wacht alsjeblieft ook weer niet té lang, we willen zo graag verder.



maandag 31 augustus 2020

Met de uien naar bed

 

Toen buurman en buurvrouw bedachten om soepgroente te telen, ongeveer twee jaar geleden, zeiden we tegen elkaar: 'Uien telen we niet, die kopen we wel ergens goedkoop en biologisch in bij een akkerbouwer." We dachten: uien telen is zoiets sufs, die uiennetjes in de supermarkt zijn zo goedkoop, daar gaan we onze grond niet aan verspillen.

Maar het liep anders, héél anders, Daarom een lofzang op de ui. We dahten: 'Uien zijn kennelijk heel makkelijk, anders zouden ze veel duurder zijn.' Dus we planten ze vast op het veld, eigenlijk: tussen het kweekgras in het zand. We gaven water met zout water uit het kanaal. De maaier kwam langs en maaide gras en uien. ER was een hittegolf. Zó makkelijk bleken ze nou ook weer niet te zijn. Het werd niks, ons eerste uienjaar.

Het tweede jaar begon, we bewerkten en verrijkten de grond, mar helaas: precies waar we onze uienbedden gepland hadden spoelde de regen in de natte wintermaanden alles weg. "Uien kunnen daar wel tegen, " zeiden buurman en buurvrouw tegen elkaar en kwakten er met de hand nog wat vinassekali op, goed voor de wortelontwikkeling, want uien zijn eigenlijk wortelen, maar dan bol. Of zijn het nou stengels?

In elk geval: nu deden ze het wel: drie bedden dicht op elkaar geplant voor de bosuien vroeg in het jaar en drie bedden meer uit elkaar voor de echte dikke soepuien later in het jaar. Dan nog rijen ui langs de wortelen om de wortelvlieg weg te jagen en nog buiten langs het hek omdat we over hadden. En toen hadden we nog over. En maar wieden, want op die verbeterde grond deed van alles het goed.

Met verschillende helpende handen hebben we uiengesprekken gevoerd, over het wezen van de ui, over het planten, de groei, de smaak, het oogsten, het schoonmaken. We hebben uien prachtig schoongemaakt, wit met knalgroene stengels. Er waren bedjes die beter waren en bedjes die het minder deden. Waarom?

Nu hebben we zes kisten uien geoogst en die oogst ligt in de tuin van buurvrouw te drogen op een bed - een echt mensenbed - onder een zeiltje. Dat zijn echt heel andere uien dan die waardeloze uien uit een netje, zoveel liefde en aandacht zit erin.  Alleen die uien buiten het hek, dat werd alweer niks. Ze staan er nog wel, maar piep en piepklein. Leuk voor als je amsterdamse uitjes wil maken, van die kleine. Wie ze vindt, mag ze meenemen.

De grote gaan zondag in de uiensoep. We gaan tien kilo schillen en snijden en bakken en dan soep koken. Want zondag a.s. 6 september is het zomerhaven, dus we tracteren. Voor iedereen die altijd al komt en voor iedereen die nog nooit geweest is, maar alleen voor buren vanwege Corona. Daarom kan je googelen wat je wil, je zult het niet vinden, jij weet het nu, vanaf 15.00 zijn we er. Inplaast van eieren zoeken mag je uien zoeken langs het hek. En als je per ongeluk langskomt terwijl je geen buurman of buurvrouw bent en er is nog een kommetje soep over, dan mag dat ook, we zijn de lulligste niet.







zaterdag 22 augustus 2020

Tuinieren is werken in de zorg


Werken in de groente is werken in de zorg, leerden we van onze mentor op de Warmonderhof, Bart Willems. Maar ook dat je je niet al te druk moet maken over alle plagen en ziektes die de groenten kunnen belagen. Gewoon uithuilen, op de composthoop en opnieuw beginnen.

Er zijn er natuurlijk wel een paar die je ècht niet wil hebben. Je wil geen invasie van naaktslakken,  geen rupsen van de koolwitjes in je koolbladeren, geen vogels die het zaad opeten nog voordat het ontkiemd is. 

Tomaat is ook zo'n zorgenkindje. Grote telers telen die niet voor niets in kassen, die tegenwoordig ook nog eens méér dan coronaproof worden gedesinfecteerd, omdat er al een tijd een onuitroeibaar virus rondwaart dat voor heel veel schade zorgt. "Ga dus ook nooit in je tuin werken nadat je een tomaat uit de supermarkt in handen hebt gehad, dikke kans dat het virus erop zit en dat het via jouw handen overspringt," kregen we mee als tip van een tomatenteler.

Tomaten komen uit de Andes in Zuid-Amerika en kunnen best wat koelte hebben (23 graden is ideaal), graag veel vocht in de bodem en flink wat zon tijdens het rijpen, maar liever niet van dat vochtige Hollandse weer, dan is er een schimmeltje dat zich meester maakt van je buitentomaten: phytophtera.

Toch hebben we die staan. Twee soorten sterke struiktomaten voor in de tomatensoep en de Ribolitta. De ene heeft de beloftevolle naam 'Sberische struiktomaat', die ziet er megasterk uit. De andere is een 'varentomaat' en daar zijn tijdens de hittegolf (eigenlijk te warm, maar perfect qua droogte en licht) bizar veel rijpe tomaten aan gekomen. Nu de regen dreigde kocht buurman tomatenzakken, een doorzichtige plastic zak met grote gaten erin, om de tomaten tijdens regen af te dekken. 

Tja, dat werkte dus niet. Onze houtsnippermulch onder de tomaten is zo lekker vochtig, dat het binnen de zakken vochtiger was dan erbuiten, waar de wind altijd vrolijk over de tuin waait. Natuurlijk is buurvrouw eigenwijs en wil ze het graag nog eens proberen, als de grond en de planten goed droog zijn, maar waarschijnlijk ligt het ook aan het feit dat struiktomaten echt hun naam eer aan doen en laag bij de gronds groeien. De pissebedden hebben dat ook ontdekt.

De tomaten in onze minikas hebben daar allemaal geen last van. Die staan er prachtig bij. We zijn verliefd op de hartjestomaten, een snoeptomaatje dat zijn naam eer aan doet. Omdat onze kas niet hoger mag zijn dan 1 meter van de gemeente, mogen de tomaten van ons alle kanten op groeien, er wordt niet al teveel gediefd. Dat levert vast iets minder tomaten op, maar zoals het nu is zijn dat er al mega veel.

Af en toe ligt er buiten een tomaat aangevreten onder een struik, vogels? pissebedden? Die gaan dus op de composthoop. De allerlelijkste tomaten gooien buurman en buurvrouw zelf door de pastasaus. De hartjestomaat krijgen soms de helpende handen en de gasten op de tuin, als we ze willen verrassen met wat we voor elkaar hebben gekregen. "Proef maar eens."  Natuurlijk moeten buurman en buurvrouw geregeld ook zelf even proeven. Weet wat je teelt. We prijzen ons gelukkig dat we totnogtoe phytophteravrij en zonder virus de zomer doorkomen. Een zorg minder.


woensdag 12 augustus 2020

Wie heeft de sleutel in handen?


In een klassiek kinderboek, 'De geheime tuin' vinden twee kinderen de sleutel van de gesloten tuindeur door achter het roodborstje aan te lopen.

Vaak gehoord de laatste tijd, als we het hebben over de voedseltransitrie, waar wij met 'Soep uit Noord' een klein kiezelsteentje aan bij hopen te dragen: "De consument heeft de sleutel in handen." Wat ons eten betreft zit daar zeker veel waars in. Toch leert de tuin ons een ander verhaal, je moet de sleutel eerst vinden. Het is net als verhaal van het roodborstje, dat tevergeefs zit te fluiten op de plek waar de sleutel al jaren begraven is.

Ja, consumenten vinden de sleutel zodra de supermarkt gezien wordt als onaangename en zelfs gevaarlijke plek, gaan veel mensen elders en soms verantwoorder inkopen. Wie is dan het roodborstje? Het virus

Ja, als biologisch goedkoper zou zijn dan niet biologisch, en als er vleestax zou zitten op vlees. Wie heeft die sleutel in handen? De regering, die dat dan wel moeten durven uitleggen aan hun stemmers.

Ja, als Nederlanders een andere eetcultuur zouden hebben, waarin goedkoop en gemakkelijk niet bovenaan lekker, gezond en goed voor de wereld zouden staan. En stadsmensen zijn de sleutel vaker kwijt dan plattelandsmensen. Roodborstjes zijn daar zeldzaam.

Ja, als supermarkten en hun marketeers de coronawinst die ze gemaakt hebben, zouden willen investeren in de transitie, omdat ze er echt in gaan geloven en ze hun aandeelhouders durven uit te leggen dat het echt beter is zo. Maar waarschijnlijk houden ze die sleutel lekker zelf.

Ja, als de boeren die paar cent extra per kilo krijgen als die kilo's bijdragen aan beter voedsel voor iedereen. Als iemand dat durft te betalen. Maar de werkelijkheid is dat mensen niet begrijpen dat wij onze groente niet gratis weggeven.

Kortom, het is een systeem. En in een systeem heeft nooit één iemand de sleutel die alles op kan lossen. Soms is de sleutel in handen van partijen waar je zelf nooit aan zou denken, zoals Staatsbosbeheer, zie https://www.duurzaambedrijfsleven.nl/agri-food/33931/duurzame-landbouw-staatsbosbeheer

Die kleine voorhoede van stadsconsumenten die al een sleutel om hun nek hebben hangen haalt bij ons de soepzak, sommigen van hen meer omdat wij het zijn, dan vanwege de groenten, maar dat is ook helemaal prima.

Wij hebben zelf ook een piepklein sleuteltje in handen, doordat we mensen dingen laten eten die ze anders nooit eten, hen en onszelf leren dat bouillonblokjes in de soep niet nodig zijn als je olie, zout en kruiden hebt, hen meenemen in ons tuinavontuur en laten zien dat de meeste verse groente in de supermarkt eigenlijk een transitie tegenhouden, doordat juist de consumenten onmogelijke wezens zijn, die kiezen voor uiterlijk. Doordat buurvrouw en drie helpende handen de getopte basilicum mee naar huis nemen die anders zou worden weggegooid en daar verrukkelijke pesto van maken.

Meestal is buurvrouw juist degene die de sleutels kwijt is in het echte leven, net zoals veel van de mensen in bovenstaande voorbeelden de metaforische sleutel kwijt zijn. Dat is erg onhandig, frustrerend zelfs, je kunt je huis niet in, ook niet via een achterdeurtje en ook de tuin niet. Engeland is gelsoten. Over de metaforische sleutel hebben buurman en buurvrouw allebei ook jaren gedaan. Inmiddels drinken ze havermelk in de koffie en kopen ze zelf het eten dat niet uit de tuin komt bewust, duur en duurzaam in. behalve drop en stroopwafels, er moet iets te zondigen overblijven.

Komt de schilder langs bij buurvrouw thuis om het houtwerk te schilderen. Iets te dikke zoon hoeft geen koffie. Water ook niet, het is 30 graden in de schaduw. Wat wel? Een anderhalve literfles cola. 
De sleutel is gebroken en er is geen ene Timmerman, die de sleutel maken kan. Of toch?  Misschien kan Timmermans het wel, als hij mag en durft.    

Of we zoeken allemaal een eigen achterdeurtje, de sleutel van de tuinpoort ligt altijd wel ergens, je moet alleen even opletten waar het roodborstje zit...